Kaapse fuchsia Phygelius × rectus 'Moonraker' onderscheidt zich door zijn lange, hangende trompetbloemen in zacht roomgeel. Ze verschijnen in losse trossen boven het middengroene blad en zorgen van de vroege zomer tot in september voor kleur.
De plant groeit als een opgaande, breed uitgroeiende pol en bereikt in Belgische tuinen doorgaans ongeveer 70 tot 100 cm. Op een warme, beschutte plaats en tijdens zachte winters kunnen de stengels hoger uitgroeien. Vorst kan de bovengrondse delen volledig doen afsterven.
'Moonraker' groeit het best in zon tot halfschaduw, in een vruchtbare bodem die voldoende vocht vasthoudt maar tegelijk goed afwatert. Langdurig droge grond beperkt de groei en bloei, terwijl winterse nattigheid de wortels kwetsbaarder maakt.
Omdat de winterhardheid in België niet overal betrouwbaar is, verdient een beschutte standplaats de voorkeur. Breng in het najaar een beschermende mulchlaag aan rond de voet. Oude of door vorst beschadigde stengels worden in het voorjaar teruggesnoeid zodra de strengste vorst voorbij is.