- All products
- Sierplanten
- Bomen
- Meerstammige
- PHILLYREA LATIFOLIA MEERSTAM
- Meerstammige
Steenlinde (Phillyrea latifolia) is een wintergroene heester of kleine boom uit het Middellandse Zeegebied. Als meerstam vormt hij verschillende stammen met een dichte, breed opgaande kroon. Het glanzende, donkergroene blad is leerachtig en duidelijk breder dan dat van Phillyrea angustifolia.
In het voorjaar verschijnen kleine crèmewitte bloemen in de bladoksels. De bloei is weinig opvallend; het wintergroene blad en de natuurlijke meerstammige groei bepalen vooral het karakter van deze plant. Zonder regelmatige snoei ontwikkelt hij zich op termijn tot een forse heester of kleine boom die meerdere meters hoog en breed kan worden.
Standplaats en bodem
Phillyrea latifolia groeit het best in de zon tot halfschaduw, bij voorkeur op een warme en beschutte plaats. Een goed doorlatende bodem is belangrijk, vooral tijdens de winter. Eenmaal goed ingeworteld verdraagt de plant droge perioden behoorlijk goed. Geef tijdens de eerste groeijaren wel water bij langdurige droogte.
Winterhardheid en onderhoud
De winterhardheid is voor België voldoende op een beschutte standplaats, maar jonge planten kunnen schade oplopen tijdens langdurige strenge vorst. Ook koude oostenwind en een natte winterbodem vergroten het risico op blad- en takschade. Aanplanten in het voorjaar geeft de wortels voldoende tijd om zich vóór de eerste winter te ontwikkelen.
De meerstammige vorm komt het best tot zijn recht als solitaire plant. Snoei is niet noodzakelijk, maar wordt goed verdragen. Verwijder bij vormcorrectie vooral kruisende of naar binnen groeiende takken en behoud de natuurlijke opbouw van de stammen.
Op een warme en beschutte standplaats kan Phillyrea latifolia in België buiten groeien. De plant is echter minder geschikt voor koude, open locaties waar langdurige vorst en oostenwind vrij spel hebben. Vooral jonge exemplaren zijn gevoeliger voor blad- en takschade. Een goed doorlatende bodem verkleint het risico, omdat natte grond de vorstgevoeligheid verhoogt. Plant bij voorkeur in het voorjaar en bescherm de wortelzone tijdens de eerste winters met een laag organisch materiaal. Oudere, goed ingewortelde planten verdragen tijdelijke koude doorgaans beter.
Een vrij uitgroeiende Phillyrea latifolia wordt uiteindelijk een forse heester of kleine boom van meerdere meters hoog en breed. De uiteindelijke afmetingen hangen sterk af van bodem, klimaat en snoei. Op een diepe, vruchtbare bodem groeit hij krachtiger dan op droge, arme grond. Voorzie daarom voldoende ruimte rond de kroon en plaats hem niet te dicht bij een gevel of smalle doorgang. Door gerichte snoei kan de kroon compacter worden gehouden, al komt de natuurlijke meerstammige vorm het best tot haar recht wanneer de plant vrij kan uitgroeien.
Ja, een goed ingewortelde Phillyrea latifolia verdraagt droge perioden behoorlijk goed. Die droogtetolerantie geldt niet onmiddellijk na het planten: tijdens de eerste groeijaren moet de kluit bij langdurig droog weer voldoende water krijgen. Geef liever af en toe grondig water dan dagelijks een kleine hoeveelheid, zodat de wortels dieper groeien. De bodem mag zandig, lemig of kleihoudend zijn, zolang overtollig water voldoende kan wegzakken. Langdurig natte wintergrond is minder geschikt en kan de gevoeligheid voor vorst en wortelproblemen vergroten.
Phillyrea latifolia verdraagt snoei goed, maar een meerstammig exemplaar vraagt doorgaans weinig ingrepen. Verwijder vooral beschadigde, kruisende of sterk naar binnen groeiende takken. Ook scheuten die het zicht op de afzonderlijke stammen volledig afsluiten, kunnen selectief worden weggenomen. Vermijd een zware jaarlijkse snoei wanneer een natuurlijke kroon gewenst is. Wie de plant compacter wil houden, kan de kroon regelmatig licht terugnemen. Snoei bij voorkeur buiten vorstperioden, zodat verse snoeiwonden niet onmiddellijk aan strenge koude worden blootgesteld.
In het voorjaar vormt Phillyrea latifolia kleine crèmewitte bloemen in de bladoksels. Ze zijn veel minder opvallend dan het donkergroene, wintergroene blad. Na een geslaagde bloei kunnen kleine steenvruchten ontstaan die tijdens het rijpen donker verkleuren en enigszins op kleine olijven lijken. De vruchtzetting kan wisselen naargelang de groeiomstandigheden en aanwezige bestuiving. De plant wordt daarom vooral gekozen vanwege zijn dichte bladstructuur en meerstammige silhouet, niet vanwege een gegarandeerde bloei of vruchtdracht.