- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- PENSTEMON HYBRIDE 'ANDENKEN AN F. HAHN' (GARNET)
- Vaste planten
Langdurige robijnrode bloei
Penstemon 'Andenken an F. Hahn', ook bekend als 'Garnet', vormt een bossige pol met smal, groen blad en veel opgaande bloemstengels. De buisvormige bloemen zijn robijn- tot diep wijnrood en hebben een lichtere, fijn gestreepte keel. De bloei begint doorgaans eind juni en kan bij gunstig weer tot in oktober doorgaan.
Met een gemiddelde hoogte van ongeveer 60 tot 75 cm blijft deze cultivar geschikt voor een zonnige vasteplantenborder. De plant groeit wat hoger dan breed, maar vormt door het grote aantal bloemstengels een vrij volle pol.
Standplaats en overwintering
Deze slangenkop bloeit het rijkst in de volle zon. Een doorlatende bodem is belangrijk: langdurig natte grond, vooral tijdens de winter, verhoogt de kans op uitval. Vermijd daarom laaggelegen plaatsen waar regenwater blijft staan.
Het blad kan tijdens zachte winters gedeeltelijk aanwezig blijven. Wacht met terugsnoeien tot het voorjaar; het oude gewas biedt enige bescherming tegen winterkou en overtollig vocht. Op een beschutte, goed gedraineerde standplaats overwintert de plant doorgaans beter dan op zware, natte grond.
Deze cultivar is vooral gevoelig voor langdurig natte grond tijdens de winter. In een bodem waarin regenwater blijft staan, kunnen de wortels en de plantvoet beschadigd raken. Plant hem daarom niet in een laagte of op zware, slecht doorlatende kleigrond zonder bodemverbetering. Een luchtige bodem waar overtollig water snel wegzakt, vergroot de kans op een goede overwintering. Tijdelijke zomerse vochtigheid vormt doorgaans minder een probleem zolang de grond niet voortdurend verzadigd blijft.
Een lichte halfschaduw wordt meestal verdragen, maar in de volle zon bloeit 'Garnet' doorgaans rijker en blijft de groei steviger. Vermijd vooral een donkere standplaats of schaduw van dichte bomen en struiken. Wanneer de plant minder dan enkele uren direct zonlicht krijgt, kunnen de bloemstengels langer en slapper worden en neemt het aantal bloemen af. Een zonnige, beschutte plaats met een goed doorlatende bodem geeft daarom het betrouwbaarste resultaat.
Snoei de plant bij voorkeur pas in het voorjaar terug, wanneer de nieuwe groei zichtbaar wordt. Het oude blad en de afgestorven stengels beschermen de plantvoet tijdens de winter enigszins tegen koude en overvloedige neerslag. Knip het gewas vervolgens terug tot net boven de jonge scheuten. Verwijder tijdens de zomer uitgebloeide bloemstengels wanneer ze niet meer opnieuw bloeien. Dat houdt de pol verzorgd en kan de vorming van bijkomende bloemen ondersteunen.
Het blad is gedeeltelijk wintergroen, maar hoeveel ervan behouden blijft, hangt sterk af van het winterweer en de standplaats. Tijdens een zachte, droge winter kan een deel van het blad groen blijven. Strenge vorst, koude wind of langdurig natte grond kunnen het bovengrondse gewas grotendeels doen afsterven. Dit betekent niet noodzakelijk dat de hele plant verloren is: vanuit de plantvoet kunnen in het voorjaar nieuwe scheuten verschijnen. Verwijder het oude blad daarom niet te vroeg.
De eerste bloemen verschijnen doorgaans vanaf eind juni. De hoofdbloei valt in juli, augustus en september, maar bij zacht herfstweer kunnen de laatste bloemen tot in oktober zichtbaar blijven. De precieze duur hangt af van zonlicht, bodemvocht en temperatuur. Door uitgebloeide stengels geregeld weg te nemen voordat ze zaad vormen, kan de plant nieuwe zijscheuten en bloemen ontwikkelen. Tijdens langdurige zomerdroogte voorkomt gericht water geven dat de bloei voortijdig stilvalt.