- All products
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- NEPETA RACEMOSA 'SNOWFLAKE' (FAASSENII)
- Bodembedekkers
Witbloeiend kattenkruid met brede groei
Nepeta racemosa 'Snowflake' onderscheidt zich door zijn witte bloemaren, terwijl de meeste kattenkruiden blauw tot violet bloeien. De plant blijft laag en groeit duidelijk breder dan hoog. Het kleine, grijsgroene blad is aromatisch wanneer het wordt aangeraakt.
De bloei valt hoofdzakelijk in de zomer. Door de uitgebloeide stengels na de eerste bloeigolf terug te knippen, blijft de plant compacter en kan later in het seizoen een nieuwe bloei volgen.
Standplaats en onderhoud
'Snowflake' groeit het best in de volle zon op een doorlatende bodem. Een droge standplaats wordt na het inwortelen goed verdragen. Zware grond waarin tijdens de winter langdurig water blijft staan, is minder geschikt.
Door de lage, brede groei past deze cultivar langs borderranden, bij stapelmuurtjes en als vakbeplanting. Het bovengrondse loof sterft tijdens de winter af. Verwijder de oude stengels tegen het einde van de winter, voordat de nieuwe scheuten verschijnen.
'Snowflake' bloeit wit, terwijl de meeste courante cultivars van kattenkruid blauwe tot violetblauwe bloemen dragen. De combinatie van witte bloemaren, grijsgroen blad en een zeer lage, brede groei maakt deze cultivar vooral geschikt voor lichte kleurenschema's en vooraan in een zonnige border. De plant vormt geen wintergroen tapijt: het bovengrondse loof sterft in de winter af en loopt in het voorjaar opnieuw uit.
Ja, vooral op een zonnige en voldoende droge plaats. De plant groeit relatief breed en kan daardoor de bodem tussen andere vaste planten bedekken. Hij is geschikt voor borderranden en grotere plantvakken, maar vormt geen wintergroene bodembedekking. Voor een gesloten vak zijn meerdere planten nodig; houd bij de aanplant rekening met de uiteindelijke breedte zodat de planten elkaar kunnen raken zonder meteen te dicht te staan.
Knip de uitgebloeide bloemstengels na de eerste bloeigolf terug. Hierdoor maakt de plant nieuw blad en kan later in de zomer een tweede, doorgaans beperktere bloei ontstaan. Terugsnoeien voorkomt tegelijk dat de pollen openvallen of slordig worden. Geef na de snoei alleen water wanneer de bodem sterk is uitgedroogd; op een gewone tuingrond is voortdurend nat houden niet nodig.
Een gevestigd exemplaar verdraagt droge periodes goed, op voorwaarde dat de bodem voldoende doorlatend is. Geef tijdens de eerste periode na het planten wel regelmatig water, zodat de wortels zich kunnen ontwikkelen. Langdurig natte grond, vooral tijdens de winter, is ongunstiger dan tijdelijke zomerdroogte. Op zware kleigrond is een luchtige plantplaats met een goede afwatering daarom belangrijk.
Verwijder het afgestorven loof tegen het einde van de winter of vroeg in het voorjaar, voordat de jonge scheuten duidelijk beginnen uit te lopen. Knip de oude stengels laag boven de grond af zonder de nieuwe groei te beschadigen. Een tweede snoeibeurt na de eerste bloei is niet noodzakelijk, maar helpt om de plant compact te houden en bevordert de vorming van nieuwe bloemen.