- All products
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- MORUS ALBA
- Loofbomen
Vruchten en blad
De witte moerbei (Morus alba) vormt kleine, samengestelde vruchten die op braambessen lijken. Ze rijpen van roomwit naar roze, roodachtig of donkerrood en zijn eetbaar. Bij de zuivere soort is de smaak doorgaans flauw tot lichtzoet. Wie vooral vruchten met een uitgesproken smaak zoekt, kiest beter een geselecteerde vruchtcultivar.
Vruchtzetting en vruchtkleur kunnen per exemplaar verschillen. Morus alba is doorgaans eenhuizig, maar er bestaan ook mannelijke en vrouwelijke selecties. Zonder informatie over de herkomst kan een vaste opbrengst daarom niet worden gegarandeerd. Rijpe vruchten trekken vogels aan en kunnen vlekken maken op bestrating.
Groei en standplaats
Morus alba groeit uit tot een middelgrote boom met een brede, halfopen kroon en een wat grillige vertakking. Op een gunstige groeiplaats wordt hij doorgaans 8 tot 10 meter hoog, met op langere termijn mogelijk grotere afmetingen. Het heldergroene blad is opvallend variabel: aan dezelfde boom kunnen zowel gave als diep ingesneden bladeren voorkomen.
Plant de witte moerbei op een zonnige, warme en bij voorkeur beschutte plaats. Een lichte, goed doorlatende bodem is het meest geschikt; kalk wordt goed verdragen. Een ingewortelde boom kan tijdelijke droogte aan, maar jonge aanplant vraagt tijdens droge perioden extra water. Vermijd langdurig natte grond en een standplaats direct boven intensief gebruikte verharding.
Volwassen bomen zijn goed winterhard in België. Jonge planten en nog niet volledig afgerijpte scheuten kunnen gevoeliger zijn voor strenge vorst. Een warme standplaats bevordert een goede groei en afrijping van het hout.
De naam witte moerbei betekent niet dat alle rijpe vruchten wit blijven. Bij Morus alba kunnen de vruchten roomwit, roze, roodachtig of donkerrood afrijpen. De kleur verschilt naargelang het exemplaar of de selectie. Ook de jonge twijgen en andere botanische kenmerken spelen een rol bij de soortnaam. Alleen bij cultivars die specifiek op een witte vruchtkleur geselecteerd zijn, mag een vaste, bleke eindkleur worden verwacht.
De vruchten zijn eetbaar, maar bij de zuivere soort is de smaak wisselvallig. Ze zijn meestal mild tot lichtzoet en vaak minder aromatisch dan de vruchten van geselecteerde moerbeicultivars. Ook formaat, kleur en sappigheid kunnen per boom verschillen. Morus alba is daarom vooral geschikt voor wie de combinatie van boomvorm, blad en eetbare vruchten waardeert. Voor een voorspelbare vruchtkwaliteit verdient een benoemde vruchtcultivar de voorkeur.
Nee, vruchtvorming kan niet bij ieder exemplaar worden gegarandeerd. De soort is doorgaans eenhuizig, zodat mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde boom kunnen voorkomen. Er bestaan echter ook selecties die uitsluitend mannelijke of vrouwelijke bloemen dragen. Bovendien kunnen bloei en vruchtzetting door leeftijd, standplaats en weersomstandigheden verschillen. Wanneer de herkomst of selectie niet bekend is, mag Morus alba daarom niet als een gegarandeerd productieve fruitboom worden beschouwd.
Dat kan, maar houd rekening met vallende vruchten. Rijpe moerbeien zijn sappig en kunnen donkere vlekken veroorzaken op tegels, tuinmeubelen en voertuigen. Plant een vruchtdragend exemplaar daarom bij voorkeur in een border, gazon of ander onverhard plantvak. De brede kroon vraagt bovendien voldoende ruimte. Voor een dakvorm boven een terras wordt gewoonlijk een aantoonbaar vruchtloze selectie gebruikt, niet een ongespecificeerde Morus alba.
Een gevestigde witte moerbei is doorgaans goed winterhard in België. Jonge bomen zijn gevoeliger voor strenge vorst, vooral wanneer het hout door een koele of natte groeiplaats onvoldoende is afgerijpt. Kies daarom een zonnige, warme en beschutte standplaats met goed doorlatende grond. Vermijd winterse wateroverlast. Bij jonge aanplant helpt een beschutte ligging om de eerste winters zonder schade door te komen.