- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- MONARDA BRADBURIANA
- Vaste planten
Monarda bradburiana onderscheidt zich van veel tuinmonarda’s door haar relatief lage, open groei en vroege bloei. De lichtroze tot bleeklila bloemen hebben een fijne paarse tekening en worden omgeven door roze tot paars getinte schutbladeren. Daardoor blijft het bloembeeld luchtiger en subtieler dan bij de grotere, felgekleurde cultivars.
Het groene blad is aromatisch en verspreidt bij kneuzing de kenmerkende kruidige geur van bergamotplanten. De bloemen worden bezocht door bijen en andere bestuivende insecten. Deze soort past vooral in zonnige vasteplantenborders, prairietuinen en natuurlijk ogende beplantingen.
Monarda bradburiana groeit het best in de zon, maar verdraagt lichte halfschaduw. Een goed doorlatende bodem is belangrijk, zeker tijdens de winter. Eenmaal voldoende ingeworteld kan de plant tijdelijke droogte verdragen. Langdurig natte of slecht doorlatende grond verhoogt daarentegen de kans op uitval.
Het bovengrondse deel sterft in de winter af. De oude stengels kunnen tot het vroege voorjaar blijven staan en worden verwijderd voordat de nieuwe scheuten verschijnen. Deel oudere pollen wanneer de groei vanuit het midden vermindert.
Monarda bradburiana blijft doorgaans lager en groeit opener dan veel grootbloemige tuinmonarda’s. De bloei begint bovendien relatief vroeg. De bloemen zijn niet egaal gekleurd: ze combineren lichtroze tot bleeklila tinten met een fijne paarse tekening en gekleurde schutbladeren. Hierdoor heeft deze botanische soort een natuurlijker en minder massief bloembeeld. Ze wordt vooral gekozen voor prairietuinen, losse vasteplantenborders en beplantingen waarin een verfijnde bloei gewenst is.
Ja, mits de bodem voldoende humus bevat en de plant tijdens de eerste groeiperiode geregeld water krijgt. Een goed ingewortelde Monarda bradburiana verdraagt tijdelijke droogte beter dan veel andere bergamotplanten. Op zeer arme zandgrond kan de groei echter beperkt blijven. Meng bij de aanplant wat rijpe compost door de grond, zonder de bodem zwaar te bemesten. Tijdens langdurige zomerdroogte blijft water geven aangewezen, vooral bij pas aangeplante exemplaren.
Lichte halfschaduw wordt verdragen, vooral wanneer de plant nog enkele uren rechtstreekse zon krijgt. In diepe schaduw worden de stengels doorgaans slapper en neemt de bloei af. Een zonnige standplaats geeft daarom de stevigste groei en de meeste bloemen. Op een warme, droge locatie is lichte schaduw tijdens het heetste deel van de dag geen probleem, zolang de bodem goed doorlatend blijft en omliggende planten niet te veel concurrentie veroorzaken.
Snoeien direct na de bloei is niet noodzakelijk. De uitgebloeide stengels kunnen blijven staan en geven structuur aan de border. Knip het afgestorven loof uiterlijk in het vroege voorjaar terug, voordat de nieuwe scheuten uit de grond komen. Wie ongewenste uitzaaiing wil beperken, kan de uitgebloeide bloemhoofden eerder verwijderen. Wanneer een oudere pol in het midden minder krachtig wordt, kan hij in het voorjaar worden opgenomen, gedeeld en opnieuw geplant.
Een beperkte bloei wordt vaak veroorzaakt door te weinig zon, sterke concurrentie van naburige planten of een bodem die in de winter te nat blijft. Ook een oude, dicht geworden pol kan minder bloeistengels vormen. Kies een zonnige tot licht beschaduwde plaats met goed doorlatende grond en vermijd zware bemesting, omdat die vooral zachte bladgroei stimuleert. Deel verouderde pollen in het voorjaar en plant de krachtigste buitenste delen opnieuw uit.