- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- MISCANTHUS SINENSIS 'STRICTUS DWARF'
- Siergrassen
Miscanthus sinensis 'Strictus Dwarf' onderscheidt zich door zijn compacte, opgaande groei en onregelmatig geel gebandeerde bladeren. Met een uiteindelijke hoogte van ongeveer 80 tot 100 cm blijft deze cultivar duidelijk lager dan veel andere vormen van prachtriet. Hij is daardoor bruikbaar in borders waar een gewone Miscanthus te groot zou worden.
De bloempluimen verschijnen doorgaans in september en oktober. De bloei kan in België variëren naargelang de hoeveelheid zon en warmte tijdens de zomer. Het blad sterft in het najaar af, maar de verdroogde halmen kunnen tijdens de winter blijven staan en geven de pol structuur.
Plant dit siergras bij voorkeur in de zon, op een goed doorlatende bodem die niet langdurig uitdroogt. Halfschaduw wordt verdragen, al blijft de groei op een zonnige plaats doorgaans steviger. Vermijd vooral grond die tijdens de winter lang nat blijft.
Snoei de oude halmen eind februari of begin maart terug tot ongeveer 10 à 15 cm boven de grond, voordat de nieuwe scheuten verschijnen. De plant groeit polvormig en heeft geen regelmatige vormsnoei nodig.
Deze compacte cultivar wordt doorgaans ongeveer 80 tot 100 cm hoog. Daarmee blijft hij duidelijk lager dan veel andere cultivars van Miscanthus sinensis. De plant groeit opgaand en vormt geleidelijk een dichte pol. De uiteindelijke hoogte wordt mede beïnvloed door de standplaats, bodem en beschikbaarheid van vocht. Op een zonnige plek met voldoende voeding bereikt hij gewoonlijk zijn meest karakteristieke vorm.
De gele dwarsbanden en onregelmatige vlekken zijn een natuurlijke eigenschap van deze cultivar en wijzen niet op een gebrek of bladaantasting. Ze zorgen voor het kenmerkende bonte bladbeeld van 'Strictus Dwarf'. Bij een tekort aan voeding verkleurt doorgaans een groter deel van het blad gelijkmatig, terwijl de normale tekening uit duidelijk afgebakende gele zones bestaat.
De bloempluimen verschijnen doorgaans in september en oktober, maar de bloei kan van jaar tot jaar verschillen. Een zonnige, warme standplaats bevordert de vorming en ontwikkeling van de pluimen. Na een koele zomer kan de bloei later beginnen of beperkter blijven. De geel gebandeerde bladeren behouden ook zonder uitbundige bloei hun sierwaarde.
Snoei de verdroogde halmen eind februari of begin maart terug tot ongeveer 10 à 15 cm boven de grond. Wacht niet tot de nieuwe scheuten al ver ontwikkeld zijn, omdat die tijdens het snoeien gemakkelijk beschadigd raken. Laat het oude loof bij voorkeur tijdens de winter staan: het houdt de pol enigszins beschut en zorgt voor structuur in de border.
Een vochthoudende bodem is geschikt zolang overtollig water voldoende kan wegzakken. Langdurig natte grond, vooral tijdens de winter, verhoogt het risico op een zwakke groei en wortelproblemen. Op zware kleigrond is een goede bodemstructuur daarom belangrijk. Ook volledige uitdroging wordt het best vermeden, zeker tijdens het eerste groeiseizoen na aanplant.