- All products
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- MAGNOLIA 'RICKI'
- Bladverliezend
Magnolia 'Ricki' onderscheidt zich door haar slanke, opstaande bloemen met een diep rozerode tot paarsroze buitenzijde en een lichtere binnenkant. Ze bloeit in april en mei, wanneer het blad nog maar gedeeltelijk ontwikkeld is. Door deze relatief late bloei ontsnappen de bloemknoppen vaker aan vroege voorjaarsvorst, al kan late nachtvorst de geopende bloemen nog beschadigen.
Deze bladverliezende magnolia groeit als een dicht vertakte struik en bereikt na vele jaren doorgaans ongeveer 2 tot 4 meter. Daardoor vraagt ze minder ruimte dan veel grootbloemige magnolia’s. Snoei is zelden nodig en kan de natuurlijke groeiwijze verstoren. Verwijder alleen beschadigde of storende takken, bij voorkeur kort na de bloei.
Magnolia 'Ricki' groeit het best in zon tot halfschaduw, op een humusrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt maar goed afwatert. Langdurig natte grond wordt slecht verdragen. Ook sterk kalkrijke grond is minder geschikt, omdat daarop voedingstekorten en een bleke bladkleur kunnen optreden. Geef tijdens droge perioden water, vooral zolang de plant nog niet volledig is ingeworteld.
Ja. Magnolia 'Ricki' blijft met een gebruikelijke volwassen hoogte van ongeveer 2 tot 4 meter compacter dan veel grootbloemige magnolia’s. Houd wel voldoende ruimte vrij voor de breed uitgroeiende struikvorm. Regelmatig terugsnoeien om de plant klein te houden is niet aangewezen, omdat magnolia’s het mooist ontwikkelen wanneer hun natuurlijke vertakking behouden blijft.
De bloei valt doorgaans in april en mei en begint later dan bij veel vroegbloeiende magnolia’s. Daardoor is de kans op vorstschade kleiner, maar niet uitgesloten. Geopende bloemen en ver ontwikkelde knoppen kunnen tijdens een late nachtvorst bruin verkleuren. Een standplaats waar koude lucht blijft hangen, zoals een laaggelegen hoek, wordt daarom beter vermeden.
Sterk kalkrijke grond is minder geschikt. Op een hoge pH kan Magnolia 'Ricki' bepaalde voedingsstoffen moeilijker opnemen, waardoor het blad bleek of geelachtig kan worden. Een humusrijke, licht zure tot neutrale bodem is veiliger. Verbeter arme grond met organisch materiaal, maar vermijd zware kalkgiften. De bodem moet bovendien goed afwateren zonder in de zomer volledig uit te drogen.
Snoei alleen wanneer dat nodig is, bijvoorbeeld om dode, beschadigde of kruisende takken te verwijderen. Doe dit bij voorkeur kort na de bloei. Zware snoei kan grove hergroei veroorzaken en de natuurlijke struikvorm aantasten. Kies daarom vanaf de aanplant voldoende ruimte, zodat de plant zich zonder regelmatige vormsnoei kan ontwikkelen.
Een jonge plant heeft vaak enkele jaren nodig om rijk te bloeien. Ook te veel schaduw, zomerse droogte of snoei op het verkeerde tijdstip kan de bloemvorming beperken. De bloemknoppen worden vóór de winter aangelegd; snoei tijdens de winter verwijdert dus een deel van de volgende bloei. Geef de plant voldoende licht en voorkom dat de wortelzone langdurig uitdroogt.