- All products
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- MAGNOLIA LOEBNERI 'MERRILL'
- Bladverliezend
Magnolia × loebneri 'Merrill' bloeit in april met grote, stervormige bloemen van ongeveer 10 tot 15 cm. De bloemen verschijnen vóór het blad en zijn wit met soms een roze tot lichtviolette streep aan de buitenzijde. Daardoor kunnen ze van een afstand een zachte roze zweem vertonen. De bloei is rijk en licht geurend.
Jonge exemplaren groeien aanvankelijk vrij opgaand. Later buigen de takken verder uit en ontstaat een brede, halfopen kroon die vaak even breed of breder wordt dan de plant hoog is. 'Merrill' ontwikkelt zich tot een forse struik of kleine boom van doorgaans 3 tot 5 meter, met oudere exemplaren die ongeveer 7 meter kunnen bereiken. De cultivar kan ook als meerstammige boom worden toegepast.
Een zonnige tot halfschaduwrijke, liefst beschutte standplaats ondersteunt een gelijkmatige groei en beschermt de vroege bloemen tegen koude wind. De bodem moet humusrijk, voldoende vochthoudend en goed doorlatend zijn. Langdurig natte, sterk verdichte of zeer droge grond is minder geschikt.
De bloemknoppen en bloemen zijn relatief minder gevoelig voor late nachtvorst dan bij verschillende andere vroegbloeiende magnolia's, maar schade blijft mogelijk tijdens een scherpe vorstperiode. Snoei is doorgaans niet nodig; geef de brede kroon vanaf de aanplant voldoende ruimte.
'Merrill' wordt doorgaans 3 tot 5 meter hoog en breed. Oudere exemplaren kunnen onder gunstige omstandigheden ongeveer 7 meter bereiken. De groei is aanvankelijk opgaand, maar de takken buigen later uit, waardoor een brede kroon ontstaat die soms breder wordt dan de boom hoog is. Voorzie daarom niet alleen voldoende hoogte, maar ook meerdere meters vrije ruimte rond de plant. De uiteindelijke afmetingen hangen mede af van bodem, standplaats en de manier waarop de plant werd opgekweekt.
De bloemen en bloemknoppen van 'Merrill' zijn relatief minder gevoelig voor late nachtvorst dan die van verschillende andere vroegbloeiende magnolia's. Volledige bescherming biedt dit niet: geopende bloemen kunnen tijdens een scherpe vorstnacht alsnog bruin verkleuren. Een beschutte plaats uit koude oosten- en noordenwind beperkt het risico. Vermijd ook een laaggelegen plek waar koude lucht zich verzamelt. De plant zelf is goed winterhard in Belgische omstandigheden; vooral de vroege bloei vraagt aandacht.
De bloemen zijn overwegend wit, maar de buitenzijde van sommige bloembladen kan een roze tot lichtviolette streep vertonen. Wanneer de bloemen nog niet volledig geopend zijn of van een afstand worden bekeken, geeft dit de kroon soms een zachte roze zweem. Volledig geopende bloemen ogen duidelijk witter. Deze lichte kleurnuance is een normaal cultivarkenmerk en wijst niet op een verkeerde standplaats of afwijking van de plant.
Alleen wanneer er voldoende ruimte is voor een brede kroon. 'Merrill' blijft kleiner dan veel grote boommagnolia's, maar groeit uit tot een forse struik of kleine boom van meerdere meters hoog en breed. Vooral de breedte wordt gemakkelijk onderschat. Voor een zeer kleine stadstuin of een smalle border is een compacter blijvende magnolia meestal geschikter. In een middelgrote tuin kan 'Merrill' goed als solitaire plant worden gebruikt, op voorwaarde dat de kroon vrij kan uitgroeien.
'Merrill' groeit het best in een humusrijke, vochthoudende maar goed doorlatende bodem. De grond mag niet langdurig drassig worden, want zuurstofgebrek rond de wortels belemmert de groei. Ook sterk verdichte of zeer droge grond is ongunstig. Een laag organisch materiaal rond de wortelzone helpt om het bodemvocht gelijkmatiger te houden. Plant niet te diep en vermijd zware bodembewerking dicht bij de stam, zodat het wortelgestel zo weinig mogelijk wordt verstoord.