- All products
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- LIRIOPE MUSCARI 'DROPMORE PURPLE'
- Bodembedekkers
Leliegras Liriope muscari 'Dropmore Purple' vormt compacte pollen van smal, donkergroen blad. In de late zomer verschijnen paarsviolette bloemaren die duidelijk boven het loof uitkomen. Het blad blijft doorgaans groen in de winter, al kunnen de bladpunten na strenge vorst bruin verkleuren.
Deze vaste plant groeit het best in halfschaduw of lichte schaduw, op een humusrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt maar goed afwatert. Langdurig natte wintergrond verhoogt het risico op wortelproblemen. Onder bomen en struiken moet de bodem tijdens droge perioden worden gecontroleerd, omdat concurrentie van boomwortels daar snel tot uitdroging leidt.
De polvormende groei maakt deze cultivar geschikt voor groepsbeplanting, de voorrand van een schaduwborder en rustige onderbeplanting. Leliegras vormt geen snel uitbreidend tapijt. Knip beschadigd of verdroogd blad aan het einde van de winter weg voordat de nieuwe scheuten verschijnen.
Het smalle blad blijft in een gemiddelde Belgische winter grotendeels groen. Strenge vorst, koude wind of langdurig natte grond kunnen bruine bladpunten veroorzaken. Dat betekent doorgaans niet dat de plant verloren is: vanuit de basis verschijnt in het voorjaar nieuw blad. Verwijder beschadigd loof aan het einde van de winter, maar wacht niet tot de jonge scheuten al ver ontwikkeld zijn.
Leliegras verdraagt schaduw, maar bloeit doorgaans rijker in halfschaduw of lichte schaduw. Op een zeer donkere plaats kan het blad goed behouden blijven terwijl het aantal bloemaren afneemt. Ook droge schaduw onder volwassen bomen vraagt aandacht: de wortels van de boom nemen daar veel vocht op. Geef tijdens langdurige droogte voldoende water en breng eventueel een dunne laag organisch materiaal aan om het bodemvocht beter vast te houden.
Nee. Deze cultivar groeit in compacte pollen en bedekt de bodem geleidelijk. Hij is vooral geschikt voor groepsbeplanting waar een rustige, lage structuur gewenst is, maar sluit minder snel dan sterk uitlopende bodembedekkers. Voor een gesloten beplanting zijn daarom meerdere planten per vierkante meter nodig. De polvormende groei maakt de plant gemakkelijker te combineren met andere schaduwplanten en beperkt ongewenste uitbreiding.
Een humusrijke, matig vochtige en goed doorlatende bodem geeft de beste resultaten. De grond mag niet langdurig uitdrogen, maar stilstaand water is vooral in de winter ongunstig. Op zware grond helpt een goede bodemstructuur om overtollig water af te voeren. Onder bomen moet rekening worden gehouden met wortelconcurrentie; geef daar na het planten en tijdens droge perioden gerichter water tot de pollen goed zijn ingeworteld.
Een jaarlijkse snoei is niet noodzakelijk. Verwijder aan het einde van de winter alleen het blad dat door vorst, wind of ouderdom bruin is geworden. Doe dit voordat de nieuwe scheuten duidelijk uitlopen, zodat die niet worden beschadigd. Gezond groen blad kan blijven staan. Oudere, te breed geworden pollen kunnen in het voorjaar worden opgenomen en gedeeld; plant de gezonde delen daarna opnieuw op dezelfde diepte.