- All products
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- LIRIODENDRON TULIPIFERA 'SNOWBIRD'
- Loofbomen
De Amerikaanse tulpenboom Liriodendron tulipifera 'Snowbird' onderscheidt zich door zijn bontgekleurde blad. De karakteristiek gevormde, groene bladeren hebben een brede witte tot crèmegele rand. Daardoor oogt de kroon aanzienlijk lichter dan die van de gewone tulpenboom.
Na ongeveer tien jaar kan deze cultivar circa 5 meter hoog zijn. Ook daarna groeit hij verder tot een forse boom, zodat voldoende ruimte boven en rondom de kroon nodig is. Oudere exemplaren kunnen in juni geelgroene, tulpvormige bloemen met oranje accenten dragen. Bij jonge bomen blijft de bloei doorgaans nog achterwege.
'Snowbird' groeit het best in de zon tot halfschaduw, op een humusrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt maar goed afwatert. Langdurig droge of verdichte grond is minder geschikt. Door het bonte blad komt deze cultivar vooral tot zijn recht als solitaire boom, op een plaats waar hij zich vrij kan ontwikkelen.
'Snowbird' bereikt na ongeveer tien jaar een hoogte van circa 5 meter. De boom groeit daarna verder en heeft op termijn aanzienlijk meer ruimte nodig dan een kleine sierboom. De uiteindelijke afmetingen hangen mede af van de bodem, vochtvoorziening en beschikbare groeiruimte. Plant hem daarom niet vlak bij een gevel of onder lage leidingen. Op een ruime standplaats kan de kroon zich evenwichtig ontwikkelen.
Het duidelijkste verschil zit in de bladtekening. Liriodendron tulipifera 'Snowbird' heeft groen blad met een brede witte tot crèmegele rand. Bij 'Aureomarginata' is de bladrand eerder geelgroen tot goudgeel. 'Snowbird' geeft daardoor een koeler en contrastrijker kleurbeeld, terwijl 'Aureomarginata' warmer geel oogt. Beide cultivars behouden de kenmerkende bladvorm van de Amerikaanse tulpenboom.
Oudere bomen kunnen in juni tulpvormige bloemen ontwikkelen. Ze zijn geelgroen en hebben oranje accenten aan de binnenzijde. Een jonge boom bloeit doorgaans nog niet; de tulpenboom moet eerst voldoende volwassen zijn. De bloemen bevinden zich tussen het blad en vallen daardoor vanop afstand minder sterk op dan de opvallende bonte bladtekening.
Een humusrijke, voldoende vochthoudende en goed doorlatende bodem is het meest geschikt. De grond mag tijdens het groeiseizoen niet langdurig uitdrogen, maar stilstaand water rond de wortels moet eveneens worden vermeden. Op arme, zeer droge zandgrond is een ruime bodemverbetering en een consequente watervoorziening tijdens de eerste jaren nodig. Een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats ondersteunt een gelijkmatige ontwikkeling.
Ja, deze cultivar is voldoende winterhard voor het Belgische klimaat. Jonge, pas aangeplante bomen blijven tijdens de eerste winters wel gevoeliger voor uitdrogende wind en sterke temperatuurschommelingen. Een goed doorlatende bodem en een beschutte aanplantplaats helpen om de boom vlot te laten aanslaan. Winterbescherming is bij gevestigde exemplaren doorgaans niet nodig.