- All products
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- LAGERSTROEMIA INDICA 'BURGUNDY COTTON'
- Bladverliezend
Indische sering (Lagerstroemia indica ‘Burgundy Cotton’) onderscheidt zich door de combinatie van donker bordeauxrode jonge scheuten en witte zomerbloemen. Het blad verkleurt tijdens het uitgroeien naar bronsgroen en vervolgens groen. Vanaf juli ontstaan losse pluimen met gekroesde bloemen, die bij het verbloeien een lichte roze tot paarsgrijze tint kunnen aannemen.
De cultivar groeit opgaand uit tot een forse struik of kleine boom. Voor een goede bloei is een warme, zonnige en beschutte standplaats belangrijk. Een koele zomer of te weinig rechtstreeks zonlicht kan de bloei beperken.
Plant ‘Burgundy Cotton’ in goed doorlatende grond en vermijd vooral langdurig natte grond tijdens de winter. Een beschutte plaats tegen een warme muur of in een stedelijk microklimaat verkleint het risico op vorstschade. Jonge planten zijn gevoeliger voor strenge vorst en koude wind. Snoei alleen wanneer nodig, bij voorkeur vroeg in het voorjaar voordat de plant opnieuw uitloopt.
Nee. De bordeauxrode tot pruimpaarse kleur is vooral zichtbaar bij de jonge scheuten en pas uitgelopen bladeren. Tijdens het uitgroeien verandert het blad naar bronsgroen en vervolgens groen. De donkere voorjaarskleur is dus tijdelijk, maar vormt een duidelijk contrast met de witte bloemen die later in de zomer verschijnen.
Dat kan op een warme, beschutte standplaats met goed doorlatende grond. Jonge planten blijven gevoelig voor strenge vorst, koude wind en langdurig natte wintergrond. Bescherm de wortelzone tijdens de eerste winters met een mulchlaag en vermijd een open, tochtige plaats. In koudere streken is een plek tegen een zonnige muur aangewezen.
Een beperkte bloei wordt vaak veroorzaakt door te weinig warmte of rechtstreeks zonlicht. Ook een koele zomer en een teveel aan stikstofrijke mest kunnen ervoor zorgen dat de plant vooral bladeren en scheuten vormt. Kies daarom een zonnige, beschutte standplaats en bemest terughoudend. Na vorstschade kan de bloei eveneens later of minder rijk uitvallen.
Snoei indien nodig vroeg in het voorjaar, voordat de nieuwe groei begint. Verwijder eerst dode, beschadigde en zwakke takken. Te lange scheuten kunnen worden ingekort om een evenwichtige struikvorm te behouden. Jaarlijks hard terugsnoeien is niet noodzakelijk en kan leiden tot een minder natuurlijke groeiwijze.
Een Indische sering groeit het best in een goed doorlatende bodem die tijdens het groeiseizoen niet volledig uitdroogt. Vooral natte wintergrond moet worden vermeden, omdat koude en stilstaand vocht samen wortelproblemen en vorstschade kunnen veroorzaken. Op zware grond helpt een verhoogde plantplaats om overtollig water sneller af te voeren.