- All products
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- JUNIPERUS SQUAMATA 'BLUE CARPET'
- Bodembedekkers
Laagblijvende conifeer met blauwgrijs loof
Juniperus squamata 'Blue Carpet' vormt een lage, breed uitgroeiende mat van dicht vertakte twijgen. Het blauwgrijze naaldloof blijft het hele jaar aanwezig en behoudt zijn kleur het best op een zonnige standplaats. De plant wordt doorgaans 20 tot 50 cm hoog en kan op termijn ongeveer 1,5 m breed worden.
Door zijn horizontale groei is deze kruipjeneverbes bruikbaar als bodembedekker, in een rotstuin of op een talud. Houd bij de aanplant rekening met de uiteindelijke breedte, zodat de twijgen zich vrij kunnen ontwikkelen.
'Blue Carpet' groeit het best in zon tot halfschaduw op een goed doorlatende bodem. Eenmaal ingeworteld verdraagt hij droge perioden, maar langdurig natte grond is ongeschikt. Snoei is doorgaans niet nodig; storende of te ver uitstekende twijgen kunnen beperkt worden ingekort.
Deze cultivar is voldoende winterhard voor het Belgische klimaat. Vooral een luchtige bodem zonder stilstaand wintervocht draagt bij aan een gezonde groei.
Juniperus squamata 'Blue Carpet' blijft doorgaans 20 tot 50 cm hoog, maar groeit aanzienlijk breder dan hoog. Een volwassen plant kan ongeveer 1,5 m breed worden. De uiteindelijke afmetingen hangen af van de bodem, lichtinval en beschikbare ruimte. Voorzie daarom voldoende afstand tot paden en minder groeikrachtige buurplanten. Door de lage, horizontale groei is deze cultivar vooral geschikt voor vakbeplanting, rotstuinen en taluds.
In halfschaduw blijft de plant bruikbaar, maar op een zonnige standplaats is de blauwgrijze kleur doorgaans het duidelijkst. Bij minder licht kan het loof wat groener ogen en kan de groei minder compact worden. Vermijd vooral een plaats onder een dicht bladerdek, waar weinig licht en beperkte luchtcirculatie samenkomen. Een open plek met minstens een deel van de dag rechtstreeks zonlicht geeft meestal het beste resultaat.
Ja, zodra de plant goed is ingeworteld verdraagt 'Blue Carpet' droge perioden. Bij jonge planten moet de kluit tijdens het eerste groeiseizoen echter gelijkmatig vochtig blijven. De bodem moet water vlot afvoeren, want langdurig natte omstandigheden zijn schadelijker dan tijdelijke droogte. Op zeer droge zandgrond kan tijdens aanhoudende zomerdroogte bijkomend water nodig zijn. Geef dan ruim water met langere tussenpozen in plaats van dagelijks een kleine hoeveelheid.
Regelmatige snoei is niet nodig. De cultivar ontwikkelt van nature een lage, spreidende vorm. Alleen twijgen die over een pad groeien of buiten het voorziene plantvak komen, kunnen voorzichtig worden ingekort. Snoei bij voorkeur beperkt en blijf in het groene gedeelte van de twijgen. Sterk terugsnoeien tot op kaal, oud hout wordt vermeden, omdat jeneverbessen daar niet altijd goed opnieuw uitlopen.
Alleen wanneer de kleigrond voldoende doorlatend is. Op verdichte of langdurig natte klei neemt het risico op wortelproblemen toe, vooral tijdens de winter. Kies op zulke grond bij voorkeur een licht verhoogde plantplaats en verbeter de structuur zonder een afgesloten plantgat te maken waarin water blijft staan. Lichte klei en leem zijn geschikt wanneer overtollig regenwater vlot kan wegzakken. Een permanent natte standplaats wordt beter vermeden.