- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- IRIS SIBIRICA 'PERSIMMON'
- Vaste planten
Siberische iris (Iris sibirica 'Persimmon') onderscheidt zich door blauwe bloemen met fijne donkerblauwe nerven. De witte en goudgele tekening aan de basis zorgt voor een duidelijk kleurcontrast. De bloemen verschijnen in mei en juni op stengels die boven het smalle, rechtopstaande blad uitsteken.
Deze bladverliezende vaste plant groeit vanuit wortelstokken en vormt geleidelijk een dichte, opgaande pol. Het grijsgroene blad blijft na de bloei nog lange tijd verzorgd. Tijdens de bloei bereikt de plant doorgaans ongeveer 80 cm tot 1 m hoogte.
'Persimmon' groeit het best in de zon, op een humusrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt maar niet langdurig onder water staat. Daardoor is deze cultivar geschikt voor een vochtige border of de rand van een vijver. Op gewone tuingrond is vooral van belang dat de bodem tijdens droge zomerperioden niet volledig uitdroogt.
De plant is goed winterhard in België. Verwijder het afgestorven blad in het najaar of aan het einde van de winter. Oudere pollen hoeven pas gedeeld te worden wanneer ze minder rijk bloeien of in het midden kaal worden.
Ja. 'Persimmon' groeit goed aan een vochtige vijverrand, zolang de wortelstokken niet permanent onder water staan. Kies een plaats waar de bodem vochtig blijft maar overtollig water kan wegtrekken. Vooral tijdens de winter is langdurig stagnerend water minder geschikt. De plant hoort daarom in de oeverzone en niet in het open water. Ook een vochtige border of regenborder kan geschikt zijn, op voorwaarde dat de grond voldoende humus bevat en niet volledig uitdroogt.
Langdurig droge grond is niet geschikt voor deze Siberische iris. In gewone tuingrond kan de plant wel groeien wanneer de bodem voldoende vocht vasthoudt en tijdens droge perioden water krijgt. Een laag compost of organische mulch helpt om snelle uitdroging te beperken. Vooral lichte zandgrond vraagt extra aandacht. Een humusrijke, vochthoudende maar doorlatende bodem geeft doorgaans de beste groei en bloei.
De rijkste bloei ontstaat op een zonnige standplaats. Lichte halfschaduw wordt doorgaans verdragen, maar bij te weinig licht kan de plant minder bloemstengels vormen. In België is een plaats met meerdere uren directe zon per dag daarom aangewezen. Vermijd tegelijk een warme plek waar de bodem in de zomer snel en volledig uitdroogt. Voldoende bodemvocht blijft belangrijker dan beschutting tegen de zon.
De plant hoeft niet regelmatig gedeeld te worden. Doe dit pas wanneer een oudere pol in het midden kaal wordt of duidelijk minder rijk bloeit. Graaf de pol uit, verdeel de wortelstok in gezonde stukken en plant deze opnieuw in vochtige, humusrijke grond. Het vroege voorjaar of de periode na de bloei is hiervoor geschikt, mits de nieuwe delen tijdens het inwortelen niet uitdrogen.
Knip het afgestorven blad in het najaar of aan het einde van de winter terug voordat de nieuwe groei begint. Wie het verdroogde blad in de winter laat staan, verwijdert het bij voorkeur tijdig in februari of maart. Uitgebloeide bloemstengels mogen eerder worden weggeknipt. Groen blad blijft na de bloei nog functioneel en wordt daarom niet voortijdig verwijderd.