- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- IRIS GERMANICA 'NIBELUNGEN'
- Vaste planten
Baardiris (Iris germanica 'Nibelungen') onderscheidt zich door zijn tweekleurige bloemen. De opstaande bloembladen zijn zachtgeel, terwijl de afhangende bloembladen lilapaars kleuren en een gele rand en gele baard dragen. De bloei valt doorgaans rond juni.
Deze rhizoomvormende vaste plant groeit het best in de volle zon. Kies een goed doorlatende bodem, want langdurig natte grond verhoogt de kans op rhizoomrot. Vooral tijdens natte Belgische winters is voldoende drainage belangrijk. Een neutrale tot kalkhoudende bodem is geschikt.
Plant de dikke wortelstokken ondiep, met de bovenzijde aan of net boven het grondoppervlak. Zo krijgen de rhizomen voldoende zon en blijft er minder vocht rond de groeipunten staan. Eenmaal goed ingeworteld verdraagt deze baardiris tijdelijke droge periodes. Verwijder uitgebloeide bloemstengels en haal beschadigd of afgestorven blad weg wanneer dat nodig is.
Iris germanica 'Nibelungen' heeft duidelijk tweekleurige bloemen. De opstaande bloembladen zijn zachtgeel. De afhangende bloembladen zijn lilapaars en worden afgeboord met geel. Ook de opvallende baard is geel. De precieze kleurintensiteit kan enigszins variëren door licht, temperatuur en ouderdom van de bloem, maar het contrast tussen geel en paars blijft het kenmerkende onderdeel van deze cultivar.
Plant de rhizomen ondiep, zodat de bovenzijde aan of net boven het grondoppervlak blijft. Spreid de fijnere wortels uit in de aarde en druk de grond voorzichtig aan. Te diep planten houdt te veel vocht rond het rhizoom vast en kan zowel de bloei als de gezondheid van de plant nadelig beïnvloeden. Laat voldoende open ruimte rond de wortelstokken, zodat zon en lucht ze gemakkelijk bereiken.
Langdurig natte grond is niet geschikt voor deze baardiris. Vooral in de winter kunnen rhizomen in een slecht doorlatende bodem gaan rotten. Plant 'Nibelungen' daarom op een zonnige, goed gedraineerde plaats. Op zware kleigrond helpt een verhoogde plantplaats om overtollig water sneller af te voeren. Tijdelijke droogte vormt na het inwortelen doorgaans minder snel een probleem dan aanhoudende nattigheid.
Een gebrek aan bloei wordt vaak veroorzaakt door te weinig zon, te diep geplante rhizomen of een oude, dicht opeengegroeide pol. Controleer eerst of de plant voldoende direct zonlicht krijgt en of de bovenzijde van de rhizomen zichtbaar blijft. Oudere pollen kunnen na verloop van tijd minder rijk bloeien. Ze kunnen dan na de bloei worden opgenomen, gedeeld en opnieuw ondiep geplant op een goed doorlatende plaats.
Baardirissen worden bij voorkeur na de bloei gedeeld, wanneer de plant nog voldoende tijd heeft om vóór de winter opnieuw te wortelen. Haal de pol uit de grond en selecteer stevige, gezonde stukken rhizoom met een bladwaaier. Verwijder oude, zachte of beschadigde delen. Plant de geselecteerde stukken opnieuw ondiep en geef na het planten water. Daarna mag de bodem tussen gietbeurten licht opdrogen.