- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- HOSTA HYBRIDE 'GOLD STANDARD'
- Vaste planten
Hosta 'Gold Standard' onderscheidt zich door zijn brede, bontgekleurde bladeren. Het bladcentrum verkleurt tijdens het groeiseizoen van lichtgroen naar goudgeel, terwijl de onregelmatige donkergroene rand behouden blijft. In diepe schaduw blijft het centrum doorgaans groener; in lichte halfschaduw komt het kleurcontrast sterker tot uiting.
De bladeren vormen een dichte pol van ongeveer 40 cm hoog. In juli en augustus verschijnen lila, trechtervormige bloemen op stengels die tot ongeveer 60 cm hoog reiken. De plant trekt in het najaar bovengronds volledig in en loopt in het voorjaar opnieuw uit.
Deze hartlelie groeit het best in halfschaduw of schaduw, op een humusrijke bodem die fris en voldoende vochthoudend blijft. Felle middagzon kan het blad beschadigen, vooral wanneer de grond uitdroogt. Enig zacht zonlicht bevordert wel de goudgele bladkleur.
Het jonge en sappige blad is gevoelig voor slakkenvraat. Controle vanaf het uitlopen in het voorjaar helpt om schade te beperken. De afgestorven bladeren kunnen in het najaar of vóór de nieuwe groei worden verwijderd.
De bladkleur hangt sterk samen met de hoeveelheid licht. In diepe schaduw blijft het centrum van het blad meestal lichtgroen, terwijl het in lichte halfschaduw geleidelijk goudgeel verkleurt. Geef de plant daarom voldoende zacht licht, maar vermijd een hete standplaats met felle middagzon. Ook een droge bodem kan tot een minder gave bladkleur of beschadigde bladranden leiden. Een plaats met ochtendzon of gefilterd licht en een gelijkmatig frisse bodem geeft doorgaans het duidelijkste kleurcontrast.
Volle zon is niet de aangewezen standplaats. Enig ochtendlicht of gefilterde zon versterkt de goudgele bladkleur, maar felle middagzon kan bladverbranding veroorzaken. Dat risico neemt toe op droge of snel opwarmende grond. Kies bij voorkeur een plaats in halfschaduw, waar de bodem humusrijk en gelijkmatig vochtig blijft. In volledige schaduw groeit de plant eveneens, maar het gele bladcentrum blijft daar doorgaans duidelijk groener.
De bladpol wordt ongeveer 40 cm hoog. Tijdens de bloei steken de bloemstengels boven het blad uit en bereiken ze ongeveer 60 cm. De plant breidt zich geleidelijk in de breedte uit tot een stevige pol. Houd bij het aanplanten voldoende ruimte vrij zodat de bladeren zich kunnen ontwikkelen en naburige planten de pol niet meteen overgroeien.
Begin de controle zodra de jonge scheuten in het voorjaar boven de grond komen, want dan is het blad het kwetsbaarst. Verwijder schuilplaatsen zoals vochtige plantenresten vlak rond de pol en controleer vooral tijdens zachte, natte avonden. Slakken kunnen met de hand worden verzameld of met een geschikte biologische methode worden bestreden. Een gezonde plant op humusrijke, frisse grond herstelt beter, maar reeds aangevreten bladeren worden tijdens hetzelfde seizoen niet opnieuw gaaf.
Een gevestigde pol kan in het vroege voorjaar worden gedeeld wanneer de nieuwe scheuten zichtbaar worden, maar het blad nog niet volledig ontvouwen is. Graaf de pol uit en verdeel hem in stukken met meerdere groeipunten en voldoende wortels. Plant de delen direct opnieuw in humusrijke, vochthoudende grond en geef water. Delen is vooral nuttig om oudere pollen te vermeerderen of wanneer de plant te breed wordt voor zijn standplaats.