- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- GERANIUM PHAEUM 'SAMOBOR'
- Vaste planten
Geranium phaeum 'Samobor' onderscheidt zich vooral door zijn bladtekening. De groene, diep ingesneden bladeren dragen brede paarsbruine vlekken die samen een donkere ring vormen. Van mei tot juli verschijnen kleine, donker paarsrode tot bijna zwartpaarse bloemen op fijne stelen boven het blad.
Deze donkere ooievaarsbek vormt een opgaande, bossige pol van ongeveer 50 tot 70 cm hoog. Hij komt goed tot zijn recht in een schaduwborder, aan een bosrand of als onderbeplanting bij bladverliezende bomen en heesters.
'Samobor' groeit het best in halfschaduw of schaduw, op een humusrijke, matig vochtige en goed doorlatende bodem. Zon wordt verdragen wanneer de grond voldoende vochthoudend blijft. Langdurig droge grond beperkt de groei en bloei, terwijl een blijvend natte bodem eveneens ongeschikt is.
Na de hoofdbloei kunnen de uitgebloeide stengels en het minder frisse blad worden teruggeknipt. De plant maakt daarna doorgaans nieuw blad. In zachte winters kan een deel van het loof aanwezig blijven, maar in België is het bladbehoud afhankelijk van vorst en standplaats.
'Samobor' is vooral herkenbaar aan de uitgesproken bladtekening. Op ieder groen blad zitten brede paarsbruine vlekken die samen een donkere ring vormen. Daarboven staan kleine, donker paarsrode tot bijna zwartpaarse bloemen op slanke stelen. De combinatie van getekend blad en zeer donkere bloemen geeft deze cultivar ook buiten de bloeiperiode een duidelijk eigen karakter.
Ja, deze cultivar is bruikbaar als onderbeplanting bij bladverliezende bomen en heesters. De bodem moet wel voldoende humusrijk en vochthoudend zijn. Rechtstreeks onder een dicht wortelende boom kan sterke concurrentie om water ontstaan, vooral tijdens droge zomers. Geef jonge planten daar extra water totdat ze goed zijn ingeworteld en breng eventueel een dunne laag organisch materiaal aan om het bodemvocht beter vast te houden.
'Samobor' verdraagt schaduw goed, maar de bloei is doorgaans rijker in lichte schaduw of halfschaduw. In diepe schaduw blijft vooral het getekende blad van belang en kunnen minder bloemstengels ontstaan. Op een zonnigere plaats is voldoende bodemvocht noodzakelijk. Een standplaats met ochtendzon of gefilterd licht biedt meestal een goed evenwicht tussen bloei, bladkwaliteit en vochtvoorziening.
Terugknippen is niet strikt noodzakelijk, maar houdt de pol netter. Verwijder na de hoofdbloei de uitgebloeide bloemstengels en knip beschadigd of minder fris blad weg. De plant vormt daarna doorgaans een nieuwe bladtooi. Geef na deze snoei water wanneer de bodem droog is. Wie zaailingen wil vermijden, verwijdert de bloemstengels voordat het zaad volledig rijp is.
Het blad kan tijdens een zachte winter gedeeltelijk aanwezig blijven, maar betrouwbaar wintergroen is deze vaste plant in België niet. Bij aanhoudende vorst of op een open standplaats sterft het loof grotendeels af. Oud of beschadigd blad kan aan het einde van de winter worden weggeknipt. Vanuit de wortelstok verschijnt in het voorjaar opnieuw fris, donker getekend blad.