- All products
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- FRANGULA ALNUS
- Bladverliezend
Sporkehout (Frangula alnus), ook vuilboom genoemd, is een inheemse, bladverliezende struik met een losse, opgaande groei. Hij wordt doorgaans 2 tot 5 meter hoog en heeft in tegenstelling tot de verwante wegedoorn geen doornen.
De kleine, groenwitte bloemen verschijnen gespreid van mei tot in september. Daardoor kunnen bloemen en vruchten in verschillende rijpingsstadia tegelijk aan de struik staan. De bessen verkleuren van rood naar glanzend zwart. Ze worden door vogels gegeten, maar zijn niet geschikt voor menselijke consumptie.
De lange bloeiperiode maakt sporkehout tot een nuttige nectarbron voor bijen en andere insecten. Het blad is bovendien belangrijk als voedsel voor de rupsen van de citroenvlinder.
Standplaats en toepassing
Frangula alnus groeit goed in zon tot halfschaduw, op een vochthoudende, zure tot neutrale bodem. Langdurig droge en sterk kalkrijke grond is minder geschikt. De soort past vooral in een gemengde inheemse haag, bosrand, houtkant of natuurlijke beplanting.
Snoei
In een losse beplanting vraagt sporkehout weinig snoei. Oude, beschadigde of kruisende takken kunnen tijdens de rustperiode worden verwijderd. Een verouderde struik kan geleidelijk worden verjongd door enkele oudere takken laag weg te nemen.
| Location | Sun, Partial shade |
| Blooming period | May, June |
| Suitable for | Hedge plant |
| Flower color | Yellow |
| Growth rate | Fast |
| Characteristic | Bee-friendly plant |
Ja, vooral als onderdeel van een losse, gemengde haag of houtkant. Sporkehout groeit van nature als een luchtige struik en combineert goed met andere inheemse soorten. Voor een strak geschoren, formele haag is hij minder geschikt, omdat zijn ecologische waarde en natuurlijke groei dan minder goed tot hun recht komen. Regelmatig snoeien vermindert bovendien de hoeveelheid bloemen en bessen. Geef de struik daarom voldoende ruimte en beperk de snoei tot het verwijderen van oude, beschadigde of hinderlijke takken.
Sporkehout groeit het best op een vochthoudende, zure tot neutrale bodem. Humusrijke zandgrond, zandleem en vochtige bosgrond zijn doorgaans geschikt zolang de bodem niet langdurig uitdroogt. Op sterk kalkrijke grond kan de groei minder goed zijn. Een zonnige plaats is mogelijk wanneer de bodem voldoende vochtig blijft; in halfschaduw droogt de grond meestal minder snel uit. Op droge zandgrond is extra water tijdens de inworteling noodzakelijk en blijft de ontwikkeling vaak beperkter.
Nee. De bessen van Frangula alnus zijn niet geschikt voor menselijke consumptie en kunnen maag- en darmklachten veroorzaken. Tijdens het rijpen verkleuren ze van groen via rood naar zwart. Vogels eten de rijpe vruchten wel en helpen zo bij de verspreiding van de zaden. Plant sporkehout daarom niet als eetbare bessenstruik. In tuinen waar jonge kinderen spelen, is het verstandig duidelijk te maken dat de vruchten niet geplukt of gegeten mogen worden.
Sporkehout is een belangrijke waardplant voor de citroenvlinder. De vlinder zet haar eitjes af op het jonge blad, waarna de rupsen daarvan eten. De struik levert daarnaast gedurende een lange periode nectar aan bijen, zweefvliegen en andere insecten. Later in het seizoen vormen de bessen voedsel voor vogels. Die combinatie van waardplant, nectarbron en vruchtdragende struik maakt Frangula alnus bijzonder bruikbaar in natuurlijke tuinen, bosranden en gemengde inheemse beplantingen.
Frangula alnus groeit doorgaans uit tot een losse struik van ongeveer 2 tot 5 meter hoog. De uiteindelijke afmetingen hangen af van bodem, licht en beschikbare ruimte. Op een vochtige, geschikte bodem ontwikkelt hij zich forser dan op een droge standplaats. Wie de struik kleiner wil houden, kan tijdens de rustperiode enkele oudere takken laag verwijderen. Jaarlijks sterk terugsnoeien is niet nodig en gaat ten koste van de natuurlijke vorm, bloei en vruchtzetting.