- All products
- Fruitplanten
- Bessenstruiken
- Frambozen
- FRAMBOZEN 'SEPTEMBER'
- Frambozen
Framboos (Rubus idaeus) 'September' is een doordragend ras met twee mogelijke oogstperioden. De eerste vruchten rijpen doorgaans in juni. Op de jonge stengels volgt vanaf september een tweede, belangrijkere oogst, die bij zacht najaarsweer kan aanhouden tot de eerste vorst.
De middelgrote tot grote vruchten zijn rood, sappig en aromatisch. Hun zoete smaak heeft een lichte zuurtoets. Ze zijn geschikt als handfruit en voor confituur, coulis, sap en gebak. Rijpe frambozen zijn kwetsbaar en worden het best voorzichtig geplukt en snel verwerkt of gekoeld bewaard.
'September' groeit krachtig met rechtopgaande stengels en bereikt ongeveer 1,5 meter hoogte. De plant vormt uitlopers en kan daardoor geleidelijk breder worden. Een steun van draden of gaas houdt de stengels overzichtelijk en maakt het plukken gemakkelijker.
Plant deze framboos in de zon of lichte halfschaduw, bij voorkeur in een humusrijke, voedzame bodem die voldoende vocht vasthoudt maar niet langdurig nat blijft. Tijdens droge perioden is water geven belangrijk, vooral bij jonge planten en tijdens de vruchtontwikkeling. Een mulchlaag helpt om het bodemvocht gelijkmatiger te houden.
De snoei hangt af van de gewenste oogst. Voor één overzichtelijke najaarsoogst worden alle stengels tijdens de winter tot aan de grond verwijderd. Wie twee keer wil oogsten, laat de jonge stengels na de najaarspluk gedeeltelijk staan. Het onderste deel kan dan de volgende zomer nog vruchten dragen en wordt daarna volledig weggeknipt.
Ja, 'September' is zelfbestuivend en kan dus zonder een tweede frambozenras vruchten vormen. Meerdere frambozenplanten in de omgeving kunnen wel bijdragen aan een goede bestuiving en vruchtzetting, doordat de bloemen vaker door insecten worden bezocht. Voor een particuliere tuin volstaat één plant wanneer de beschikbare ruimte beperkt is. De uiteindelijke opbrengst hangt daarnaast sterk af van de standplaats, de vochtvoorziening, de voedingstoestand van de bodem en het aantal gezonde jonge stengels.
Laat na de najaarsoogst het onderste, nog niet afgestorven deel van de stengels staan. Verwijder tijdens de winter alleen de toppen die in het najaar vruchten droegen. Op het overblijvende deel kan in juni een tweede oogst ontstaan. Knip deze stengels na die vroege oogst volledig tot aan de grond weg, zodat de nieuwe scheuten voldoende licht en ruimte krijgen. Verwijder tegelijk zwakke, beschadigde en overtollige stengels. Wie liever één geconcentreerde najaarsoogst heeft, kan alle stengels in de winter laag afknippen.
Ondersteuning is niet strikt noodzakelijk, maar wel praktisch bij de krachtige, rechtopgaande stengels van 'September'. Span twee of meer draden tussen palen en bind de stengels losjes aan. Zo blijven de vruchten beter bereikbaar, waaien de scheuten minder gemakkelijk door elkaar en kan er meer lucht tussen het gewas circuleren. Dat laatste is vooral nuttig tijdens natte perioden, wanneer dicht opeenstaande stengels langer vochtig blijven. Een geleide rij maakt het bovendien eenvoudiger om oude en jonge stengels tijdens de snoei van elkaar te onderscheiden.
Ja, 'September' vormt worteluitlopers en kan daardoor naast de oorspronkelijke plant nieuwe scheuten maken. In een frambozenrij is dat nuttig voor de natuurlijke verjonging, maar buiten de voorziene strook worden overtollige uitlopers het best regelmatig verwijderd. Steek ze met een scherpe spade af en graaf zoveel mogelijk wortel mee. Gezonde uitlopers kunnen elders opnieuw worden geplant. Houd binnen de rij alleen voldoende sterke stengels aan; een te dichte groei vermindert de luchtcirculatie en maakt oogsten en snoeien moeilijker.
Dat is vaak het gevolg van de gekozen snoei. Wanneer alle stengels tijdens de winter tot aan de grond worden afgeknipt, verdwijnen de delen die in juni een vroege oogst konden geven. De nieuwe scheuten dragen dan uitsluitend vanaf de late zomer of het najaar. Ook droogte, een voedselarme bodem, te veel schaduw of zwakke stengels kunnen de vroege oogst beperken. Voor twee oogsten moeten gezonde delen van de stengels die in het najaar droegen, tot na de daaropvolgende vroege zomer behouden blijven.