- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- FESTUCA FILIFORMIS (TENUIFOLIA)
- Siergrassen
Fijn schapengras (Festuca filiformis, ook bekend als Festuca tenuifolia) is een laag, fijnbladig gras dat dichte pollen vormt. De smalle, vaak grijsgroene bladeren geven de plant een zachte maar enigszins borstelige structuur. Tijdens de bloei verschijnen losse, bescheiden pluimen boven het loof.
Deze soort groeit het best in de zon of lichte halfschaduw, op droge en voedselarme grond. Een zure tot zwak zure zand- of leembodem sluit goed aan bij zijn natuurlijke groeiplaatsen. Zware bemesting en langdurig natte grond zijn minder geschikt. Ook op uitgesproken kalkrijke grond ontwikkelt fijn schapengras zich doorgaans minder goed.
Door de beperkte hoogte past het gras in schrale borders, heidetuinen, rotstuinen en natuurlijk ogende beplantingen. Het vormt geen wortelstokken en breidt zich daardoor niet agressief ondergronds uit. Oude of verdroogde bladeren kunnen aan het einde van de winter voorzichtig worden uitgekamd of teruggeknipt.
Ja. Droge, voedselarme zandgrond behoort tot de meest geschikte bodems voor fijn schapengras. De grond moet wel voldoende waterdoorlatend zijn, want langdurig natte omstandigheden passen minder goed bij deze soort. Geef pas aangeplante exemplaren tijdens droge perioden tijdelijk water totdat ze zijn ingeworteld. Daarna is doorgaans weinig extra water nodig. Bemest slechts beperkt: op een rijke of sterk bemeste bodem kan de compacte groei verloren gaan en krijgen krachtiger groeiende planten gemakkelijker de overhand.
Fijn schapengras heeft een voorkeur voor kalkarme, zure tot zwak zure grond. Op sterk kalkrijke bodem is de standplaats daarom minder geschikt. Een lichte zand- of leembodem met weinig voedingsstoffen sluit beter aan bij de natuurlijke groeicondities van de soort. Controleer bij twijfel de zuurtegraad van de bodem voordat u aanplant. Voeg niet automatisch kalk toe en vermijd zware bodemverbetering met voedselrijke compost, omdat dit schrale gras juist op een arme bodem het meest karakteristiek groeit.
Nee, fijn schapengras vormt compacte pollen en bezit geen kruipende wortelstokken. Het breidt zich dus niet agressief ondergronds uit zoals sommige andere grassoorten. Onder geschikte omstandigheden kan het zich wel uitzaaien. Wie spontane zaailingen wil beperken, kan de bloempluimen verwijderen voordat het zaad volledig rijp is. De afzonderlijke pollen blijven relatief bescheiden en kunnen indien nodig worden gedeeld wanneer ze ouder worden of in het midden minder dicht raken.
Een deel van het fijne blad blijft doorgaans tijdens de winter aanwezig, maar de kleur en dichtheid hangen af van vorst, vocht en standplaats. Na een koude of natte winter kunnen meerdere bladeren verdrogen of verkleuren. Verwijder dit oude loof aan het einde van de winter door de pol voorzichtig uit te kammen of beperkt terug te knippen. Beschadig daarbij de jonge scheuten in het hart van de plant niet. Op een goed doorlatende bodem blijft de pol meestal het netst.
Een zware jaarlijkse snoei is niet noodzakelijk. Aan het einde van de winter kunt u losse, verdroogde bladeren uit de pol kammen en storend oud loof beperkt terugknippen. Wacht daarmee tot de strengste vorst voorbij is en let erop dat jonge scheuten niet worden beschadigd. Oudere pollen die in het midden opener worden, kunnen in het voorjaar worden gedeeld. De gezonde buitenste delen worden opnieuw geplant op een droge, goed doorlatende plaats.