- All products
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- ERIGERON KARVINSKIANUS
- Bodembedekkers
Lange bloei met wisselende bloemkleur
Muurfijnstraal (Erigeron karvinskianus) vormt losse pollen met talrijke kleine, margrietachtige bloemen. Ze openen wit en verkleuren geleidelijk naar zachtroze. Omdat nieuwe en oudere bloemen tegelijk aanwezig zijn, toont de plant gedurende de zomer verschillende tinten. De bloei begint doorgaans in mei en houdt aan tot september.
De lage, spreidende groei komt vooral tot zijn recht langs zonnige randen, tussen stapstenen en in voegen van trappen of stapelmuren. Muurfijnstraal kan zich op geschikte plaatsen spontaan uitzaaien. Overtollige zaailingen zijn gemakkelijk te verwijderen.
Standplaats en bodem
Kies een zonnige plaats met droge tot matig vochtige, goed doorlatende grond. Vooral tijdens de winter is een goede afwatering belangrijk: langdurig natte grond wordt slecht verdragen. De soort is matig winterhard en overwintert betrouwbaarder op een beschutte plek waar geen water rond de wortels blijft staan.
Een lichte terugknip na de eerste bloeigolf kan nieuwe bloei stimuleren. Verwijder in het vroege voorjaar afgestorven of beschadigde plantendelen zodra de nieuwe groei begint.
De bloemen van Erigeron karvinskianus openen wit en verkleuren tijdens het uitbloeien geleidelijk naar roze. Omdat de plant voortdurend nieuwe bloemen vormt, staan witte, lichtroze en donkerder roze bloemen tegelijk op dezelfde plant. De kleurverschillen wijzen dus niet op meerdere cultivars of een tekort in de bodem, maar horen bij de natuurlijke ontwikkeling van de bloemen.
Ja, op voorwaarde dat de voegen voldoende grond bevatten en overtollig water snel kan wegvloeien. Een zonnige voeg tussen stenen of een opening in een stapelmuur benadert de droge, stenige omstandigheden waarin muurfijnstraal goed groeit. Vermijd plaatsen die in de winter langdurig nat blijven. Geef pas geplante exemplaren water tot ze goed zijn ingeworteld.
Muurfijnstraal is matig winterhard. Op een zonnige, beschutte en goed gedraineerde plaats kan de plant Belgische winters doorstaan, maar de combinatie van vorst en natte grond vormt een risico. Plant hem daarom niet in zware grond waar winterwater blijft staan. Na een strengere winter kan bovengrondse groei verdwijnen; wacht in het voorjaar af of de plant opnieuw uitloopt.
Erigeron karvinskianus kan zich spontaan uitzaaien, vooral in zonnige voegen en op stenige plaatsen. Dat helpt om een losse begroeiing langs muren of paden te vormen. Waar uitzaaiing niet gewenst is, kunnen uitgebloeide bloemstengels tijdig worden teruggeknipt. Jonge zaailingen hebben een beperkt wortelgestel en zijn doorgaans gemakkelijk te verwijderen.
Knip de plant licht terug na de eerste rijke bloeigolf wanneer de groei slordig wordt. Dit houdt de pol compacter en kan een nieuwe bloei bevorderen. Een sterke najaarssnoei is niet nodig. Verwijder beschadigde en afgestorven delen liever in het vroege voorjaar, zodra zichtbaar wordt waar de plant opnieuw uitloopt.