- All products
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- DIPELTA YUNNANENSIS
- Bladverliezend
Dipelta yunnanensis groeit uit tot een brede sierstruik van ongeveer 2 tot 4 meter hoog. De takken nemen met de jaren een los overhangende vorm aan. Vooral bij oudere exemplaren valt de afschilferende schors op, waardoor de struik ook buiten de bloeiperiode herkenbaar blijft.
De bloei valt in België doorgaans in mei. De trompetvormige bloemen variëren van wit tot zachtroze en hebben geel-oranje tekeningen in de keel. Ze staan in kleine groepjes langs de takken en verspreiden een lichte geur. Het langwerpige, groene blad valt in het najaar af.
Standplaats en verzorging
Plant deze Dipelta bij voorkeur in de zon of lichte halfschaduw, op een vruchtbare en goed doorlatende bodem. Een beschutte plaats is aangewezen, omdat de struik minder geschikt is voor koude, open of sterk winderige locaties. Langdurig natte grond wordt best vermeden.
Snoei is doorgaans alleen nodig om de struik te verjongen of te groot geworden takken weg te nemen. Doe dit na de bloei, zodat de bloemknoppen voor het volgende voorjaar zich op het nieuwe hout kunnen ontwikkelen. Door zijn uiteindelijke omvang komt de soort het best tot zijn recht als solitaire struik of achteraan in een ruime heesterborder.
Dipelta yunnanensis wordt doorgaans 2 tot 4 meter hoog en ontwikkelt een brede, los overhangende groeiwijze. Voorzie daarom voldoende ruimte rond de struik. Hij is minder geschikt voor een smalle border of een plaats dicht bij een pad. Op een ruime standplaats kan de natuurlijke takstructuur behouden blijven en is weinig vormsnoei nodig.
De soort is matig winterhard en kan in een groot deel van België worden aangeplant, maar de standplaats vraagt aandacht. Kies een beschutte plek die niet blootstaat aan koude oostenwind en vermijd laaggelegen grond waar koude lucht blijft hangen. Een goed doorlatende bodem verkleint tijdens natte winters het risico op wortelproblemen.
In Belgische omstandigheden bloeit Dipelta yunnanensis doorgaans in mei. De witte tot zachtroze bloemen zijn trompetvormig en hebben opvallende geel-oranje tekeningen in de keel. Ze verschijnen in kleine groepjes langs de takken en geuren licht. De precieze bloeitijd kan enkele weken verschillen naargelang de standplaats en het voorjaarsweer.
Snoei bij voorkeur kort na de bloei. Verwijder alleen beschadigde, kruisende of te oude takken en behoud zoveel mogelijk de natuurlijke, overhangende groeiwijze. Een oudere struik kan geleidelijk worden verjongd door telkens een beperkt aantal oude takken aan de basis weg te nemen. Sterke wintersnoei kan ten koste gaan van de bloei in het daaropvolgende voorjaar.
Ja, lichte halfschaduw is mogelijk, maar een zonnige en beschutte plaats geeft doorgaans de beste bloei. Vermijd diepe schaduw en een standplaats onder dicht vertakte bomen. De bodem moet voldoende vruchtbaar en goed doorlatend zijn. Op een open, koude of sterk winderige plek kan de struik minder goed ontwikkelen.