- All products
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- DELOSPERMA COOPERI
- Bodembedekkers
De ijsbloem (Delosperma cooperi) vormt een lage, kruipende mat van vlezig groen blad. In juni en juli verschijnen talrijke purperroze bloemen. De plant wordt doorgaans 10 tot 15 cm hoog en breidt zich geleidelijk in de breedte uit.
Deze vetplant verlangt een warme plaats in de volle zon. Een stenige, zandige of grindrijke bodem met een zeer goede afwatering is belangrijker dan een voedselrijke grond. Eenmaal ingeworteld verdraagt Delosperma cooperi droge en warme perioden goed.
Vooral wintervocht vormt in België een aandachtspunt. Op zware, natte grond kunnen de wortels en vlezige scheuten tijdens koude perioden wegrotten. Plant de ijsbloem daarom bij voorkeur verhoogd, tussen stenen of in een goed drainerende plantenbak. Het blad blijft in zachte winters grotendeels aanwezig, maar kan na vorst of langdurige nattigheid beschadigd zijn.
Door de beperkte hoogte is deze soort geschikt voor rotstuinen, stapelmuurtjes, brede voegen en zonnige randen. In potten moet overtollig water steeds vlot kunnen weglopen.
Delosperma cooperi kan Belgische vorst verdragen wanneer de grond droog en zeer goed gedraineerd blijft. De combinatie van koude en aanhoudend wintervocht veroorzaakt vaker uitval dan lage temperatuur alleen. Op zware klei of plaatsen waar regenwater blijft staan, is de plant daarom minder betrouwbaar. Een verhoogde rotstuin, grindrijke bodem of plantenbak met ruime afvoergaten biedt betere omstandigheden. Het blad kan tijdens een strenge winter beschadigd raken, ook wanneer de wortels overleven.
Een tekort aan direct zonlicht is een veelvoorkomende oorzaak van een beperkte bloei. Zet de ijsbloem op een warme plaats in de volle zon. Ook een te voedselrijke of voortdurend vochtige bodem kan de groei van blad bevorderen ten koste van de bloemen. Gebruik daarom geen zware bemesting en zorg voor een stenig, goed drainerend substraat. Na een koude of natte winter kan de plant bovendien tijd nodig hebben om beschadigde scheuten te vervangen voordat hij opnieuw rijk bloeit.
Rechtstreeks in zware, natte kleigrond groeit Delosperma cooperi doorgaans niet betrouwbaar. Vooral in de winter blijft zulke grond te lang vochtig. Plant hem bij voorkeur verhoogd en verbeter de afwatering ruim met grof mineraal materiaal, zodat water niet rond de wortels blijft staan. Alleen wat zand door een plantgat mengen is meestal onvoldoende wanneer de omliggende bodem slecht draineert. Op uitgesproken natte klei is teelt in een verhoogde bak, trog of rotstuin een veiligere keuze.
Ja. Een plantenbak is geschikt wanneer deze voldoende afvoergaten heeft en gevuld is met een luchtig, mineraal substraat. Zet de bak in de volle zon en laat de grond tussen gietbeurten opdrogen. Tijdens de winter mag er geen water in een onderschotel of sierpot blijven staan. Een pot beschermt niet automatisch tegen vorst: de wortelkluit koelt er sneller af dan in volle grond. Plaats de bak daarom op een beschutte, regenluwe plek zonder de plant warm te overwinteren.
Delosperma cooperi groeit kruipend en vormt geleidelijk een lage mat, maar is geen bodembedekker voor grote oppervlakken of plaatsen met veel onkruid. De uitbreiding hangt sterk af van warmte, zon en drainage. Op een droge, stenige standplaats sluiten de scheuten beter aan dan in koude, vochtige grond. Houd jonge planten aanvankelijk vrij van concurrerend onkruid. De soort komt vooral tot haar recht in kleinere vakken, tussen stenen en langs zonnige randen waar haar lage groei zichtbaar blijft.