- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- CYNARA CARDUNCULUS
- Vaste planten
Kardoen met zilvergrijs blad
Kardoen (Cynara cardunculus) is een forse, overblijvende plant met grote, diep ingesneden bladeren. Hun zilvergrijze kleur en stevige structuur bepalen al vroeg in het groeiseizoen het uitzicht van de plant. De bladranden kunnen scherpe punten dragen, waardoor voldoende afstand tot paden aangewezen is.
In de zomer verschijnen hoge bloemstengels met paarsblauwe, distelachtige bloemhoofden. Deze trekken bijen en andere bestuivende insecten aan en kunnen ook als snij- of droogbloem worden gebruikt. Een volwassen plant neemt gemakkelijk meer dan een vierkante meter in.
Gebruik als groente
Voor consumptie worden vooral de dikke bladstelen en middennerven gebruikt. Door ze enkele weken voor de oogst van het licht af te schermen, worden ze bleker en doorgaans minder bitter. Na het verwijderen van de vezelige buitenkant worden de stelen gekookt of verwerkt in ovenschotels. De smaak doet aan artisjok denken, maar is uitgesprokener en licht bitter.
Standplaats en overwintering
Kardoen groeit het krachtigst in volle zon en in een diepe, vruchtbare bodem met een goede afwatering. Een ingewortelde plant verdraagt droge perioden, maar ontwikkelt groter en malser blad wanneer de grond tijdens het groeiseizoen niet volledig uitdroogt.
Vooral stilstaand wintervocht kan problemen veroorzaken. Plant kardoen daarom niet in zware, langdurig natte grond. In koude of natte winters kan het blad sterk beschadigd raken. Een beschutte standplaats en een luchtige winterbescherming rond de wortelzone vergroten de kans op een goede hergroei in het voorjaar.
Vooral de dikke bladstelen en middennerven worden gegeten. Ze zijn van nature vezelig en licht bitter. Enkele weken voor de oogst kunnen de stelen worden samengebonden en met ondoorzichtig materiaal worden afgeschermd. Door dit bleken worden ze doorgaans zachter en milder van smaak. Verwijder voor de bereiding de bladeren, scherpe delen en taaie vezels. De schoongemaakte stelen kunnen daarna worden gekookt, gestoofd of in een ovenschotel worden verwerkt. Ook de jonge bloemhoofden zijn eetbaar, maar ze zijn kleiner en taaier dan die van een artisjok.
Kardoen kan in België meerdere jaren terugkomen, maar de overwintering hangt sterk af van de standplaats. De combinatie van vorst en langdurig natte grond vormt het grootste risico. Kies daarom een zonnige, beschutte plaats met een goed doorlatende bodem. Bescherm de wortelzone bij strenge vorst met een luchtige laag droog blad of stro, zonder het hart vochtig af te sluiten. Het bovengrondse blad kan in een koude winter verdwijnen of beschadigd raken. Wanneer de wortel en het groeipunt gezond blijven, loopt de plant in het voorjaar opnieuw uit.
Voorzie ongeveer één tot anderhalve meter ruimte rond de plant. Kardoen vormt een brede rozet met lange bladeren en kan tijdens de bloei ongeveer anderhalve tot twee meter hoog worden. Door die omvang staat hij het best achteraan in een zonnige border of op een ruime plaats in de moestuin. Zet hem niet vlak naast een smal pad: de bladeren nemen veel plaats in en kunnen scherpe punten hebben. Op een voedselrijke bodem wordt de plant doorgaans forser dan op arme, droge grond.
Ja, kardoen kan scherpe punten aan de bladranden en schutbladeren ontwikkelen. De mate waarin verschilt tussen planten en selecties, maar bij niet nader benoemd zaad of plantmateriaal is voorzichtigheid aangewezen. Draag stevige handschoenen bij het oogsten, verplanten of verwijderen van oud blad. Plaats de plant bij voorkeur niet langs een druk gebruikt tuinpad of op een plek waar kinderen vaak spelen. De scherpe delen moeten ook zorgvuldig worden verwijderd wanneer de bladstelen als groente worden bereid.
Een goed ingewortelde kardoen verdraagt tijdelijke droogte, maar voor een krachtige ontwikkeling is een diepe bodem met voldoende voeding en een gelijkmatige vochtvoorziening gunstiger. Langdurige droogte remt de bladgroei en maakt de eetbare stelen doorgaans taaier. Geef jonge planten en exemplaren die voor consumptie worden geteeld daarom water tijdens aanhoudend droge perioden. De bodem moet tegelijk goed afwateren, want vooral in de winter verdraagt het groeipunt geen langdurig stilstaand vocht.