- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- CROCOSMIA MASONIORUM
- Vaste planten
Crocosmia masoniorum onderscheidt zich door zijn gebogen bloemstengels, waarop de bloemen in twee rijen staan. De grote, opwaarts gerichte bloemen zijn oranjerood met een lichtere, goudoranje keel. Ze verschijnen doorgaans in juli en augustus en zijn ook bruikbaar als snijbloem.
Deze knoldragende vaste plant vormt geleidelijk dichte pollen van smalle, middengroene bladeren. Tijdens de bloei wordt hij ongeveer 80 cm hoog. Het blad sterft in de winter bovengronds af en loopt in het voorjaar opnieuw uit.
Plant Crocosmia masoniorum bij voorkeur op een zonnige plaats in een luchtige, goed doorlatende bodem. Tijdens de groei mag de grond voldoende vochtig blijven, maar stilstaand wintervocht verhoogt het risico op schade aan de knollen. Op zware grond helpt een verbeterde drainage. Een beschermende mulchlaag is aangewezen op koude of open standplaatsen.
Crocosmia masoniorum kan in veel Belgische tuinen in de volle grond overwinteren, op voorwaarde dat de bodem in de winter goed afwatert. Vooral de combinatie van koude en stilstaand vocht kan de knollen beschadigen. Plant hem daarom niet in een natte laagte of zware, verdichte grond. Een mulchlaag biedt extra bescherming tijdens strenge vorst. Op uitgesproken koude, open of langdurig natte standplaatsen is overwintering minder zeker.
Een zwakke bloei kan veroorzaakt worden door te weinig licht, een te droge bodem tijdens de groeiperiode of knollen die nog onvoldoende ontwikkeld zijn. Ook een te voedselarme standplaats kan de bloemvorming beperken. Geef de plant een zonnige plek en laat de grond tijdens het voorjaar en de zomer niet volledig uitdrogen. Pas geplante exemplaren hebben soms tijd nodig om een stevige pol te vormen voordat ze rijk bloeien.
Verwijder uitgebloeide bloemstengels wanneer zaadvorming niet gewenst is. Laat het blad na de bloei staan zolang het groen blijft, omdat het dan nog voedingsstoffen opslaat in de ondergrondse knollen. Knip het afgestorven loof pas in het late najaar of aan het einde van de winter weg. Verder vraagt deze soort geen vormsnoei.
Dat kan wanneer de kleigrond voldoende doorlatend is. Zware, verdichte klei die in de winter lang nat blijft, is minder geschikt omdat de knollen dan kunnen beschadigen. Werk bij het planten grof organisch materiaal door de bodem en vermijd een plaats waar regenwater blijft staan. Een licht verhoogde plantplaats kan de afwatering verbeteren. Tijdens de actieve groei mag de grond wel gelijkmatig vochtig blijven.
Ja. De gebogen bloemstengels met hun tweerijige, oranjerode bloemen zijn geschikt voor boeketten. Snijd een stengel wanneer de onderste bloemen open zijn en de hoger geplaatste knoppen nog kleur tonen. Gebruik een scherp mes of een schone snoeischaar en laat voldoende blad aan de plant staan. Dat resterende blad is nodig om de knollen na de bloei opnieuw van reserves te voorzien.