- All products
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- CORNUS MAS 'KASANLAK'
- Bladverliezend
Gele kornoelje (Cornus mas) 'Kasanlak' is een Bulgaarse, grootvruchtige selectie. De vruchten kunnen volledig rijp vers worden gegeten, maar zijn door hun friszure karakter ook geschikt voor confituur, gelei, sap en andere bereidingen. In België valt de rijping doorgaans in de late zomer tot de vroege herfst. De vruchten worden zachter en milder van smaak naarmate ze verder rijpen.
'Kasanlak' groeit krachtig en ontwikkelt zich tot een forse struik of kleine boom van ongeveer 3 tot 5 meter hoog. Snoei is voor de vruchtzetting niet noodzakelijk en blijft bij voorkeur beperkt tot het verwijderen van storende, kruisende of beschadigde takken.
De gele bloemen verschijnen in februari en maart, vóór of tijdens het uitlopen van het blad. Voor een regelmatige en ruimere oogst is kruisbestuiving met een andere cultivar van Cornus mas aangewezen.
Plant deze gele kornoelje in de zon of halfschaduw. Een vruchtbare, goed doorlatende bodem geeft de beste groei en vruchtontwikkeling. Eenmaal ingeworteld is de plant winterhard en weinig windgevoelig, maar langdurig natte grond wordt beter vermeden.
'Kasanlak' groeit uit tot een forse struik of kleine boom van ongeveer 3 tot 5 meter hoog. De uiteindelijke omvang hangt af van de bodem, standplaats en snoei. Door de krachtige groei vraagt deze cultivar meer ruimte dan een compacte fruitstruik. Hij kan als vrijstaande struik worden gehouden of geleidelijk tot een klein boompje worden opgekweekt. Regelmatig hard terugsnoeien is niet nodig en kan de vruchtproductie beperken.
Voor een betrouwbare en ruimere vruchtzetting plant u bij voorkeur een andere cultivar van Cornus mas in de omgeving. De bloeiperioden moeten elkaar voldoende overlappen. Omdat gele kornoelje vroeg in het jaar bloeit, kan de activiteit van bestuivende insecten bij koud weer beperkt zijn. Twee genetisch verschillende cultivars vergroten daarom de kans op een goede kruisbestuiving en een regelmatige oogst.
In België rijpen de vruchten doorgaans van de late zomer tot de vroege herfst. Het precieze tijdstip verschilt naargelang de standplaats en het weer. Volledig rijpe vruchten worden zachter en laten gemakkelijker los. Voor verwerking kunnen ze iets vroeger worden geoogst en binnen narijpen. Voor verse consumptie wacht u beter tot de vruchten voldoende zacht zijn, omdat de smaak dan minder scherpzuur is.
De grote vruchten zijn geschikt voor verse consumptie zodra ze volledig rijp en zacht zijn. Hun friszure karakter leent zich ook goed voor confituur, gelei, compote, saus en sap. De vruchten bevatten een harde pit die vóór of tijdens de verwerking verwijderd moet worden. Minder rijpe exemplaren smaken doorgaans zuurder en zijn daardoor vooral bruikbaar in bereidingen waarbij suiker of andere vruchten worden toegevoegd.
Een zonnige standplaats geeft doorgaans de beste bloei, rijping en vruchtkwaliteit, maar lichte halfschaduw wordt eveneens verdragen. De bodem mag vruchtbaar en vochthoudend zijn, op voorwaarde dat overtollig water goed kan wegtrekken. Langdurig natte grond verhoogt het risico op wortelproblemen. Geef tijdens de eerste jaren water bij aanhoudende droogte, zodat de struik een goed wortelgestel kan ontwikkelen.