- All products
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- CORNUS KOUSA 'ROBERT'S SELECT'
- Bladverliezend
Japanse bloemkornoelje (Cornus kousa 'Robert's Select') onderscheidt zich door zijn grote, zuiverwitte schutbladen. Deze omringen de kleine eigenlijke bloemen en verschijnen doorgaans in juni. Het glanzend donkergroene blad vormt een duidelijk contrast met de witte bloei.
Na de bloei kunnen ronde, rood verkleurende vruchten ontstaan. De vruchtzetting wisselt van jaar tot jaar en is doorgaans beter na een warme zomer. In de herfst verkleurt het blad opvallend rood tot karmijnrood voordat het afvalt.
'Robert's Select' groeit het best in zon tot halfschaduw. Kies een humusrijke, voldoende vochthoudende maar goed doorlatende bodem, bij voorkeur licht zuur tot neutraal. Langdurig natte grond en sterk kalkrijke bodems zijn minder geschikt. Op een warme, droge standplaats kan bescherming tegen felle middagzon bladschade en uitdroging helpen voorkomen.
Snoei is gewoonlijk niet nodig. Verwijder indien nodig aan het einde van de winter dood, beschadigd of kruisend hout. Geef jonge planten tijdens droge perioden voldoende water, zodat de wortelzone niet volledig uitdroogt.
Nee. De opvallende witte delen zijn schutbladen die rond een hoofdje van kleine, groenachtige bloemen staan. Bij 'Robert's Select' zijn deze schutbladen opvallend groot en vormen ze de belangrijkste sierwaarde tijdens de bloei. Doordat ze steviger zijn dan gewone bloemblaadjes, blijven ze bij gunstig weer meerdere weken zichtbaar. Naar het einde van de bloei kunnen ze licht verkleuren.
Jonge planten hebben soms enkele jaren nodig voordat ze rijk bloeien. Ook een te donkere standplaats, droogtestress of sterke snoei kan de bloei beperken. Zorg voor voldoende licht, maar vermijd bij voorkeur een hete en snel uitdrogende standplaats. Houd de bodem tijdens langere droge perioden gelijkmatig vochtig. Snoei alleen wanneer dit nodig is, omdat een ingrijpende vormsnoei de natuurlijke ontwikkeling en latere bloei kan verstoren.
Na een goede bloei kunnen ronde, aardbeiachtige vruchten ontstaan die van roze naar rood verkleuren. De hoeveelheid verschilt per jaar en hangt onder meer samen met bestuiving en het zomerweer. In koelere of ongunstige jaren kan de vruchtzetting beperkt blijven. De vruchten worden daarom vooral als bijkomende sierwaarde beschouwd en niet als een jaarlijks gegarandeerd kenmerk.
Ja, volle zon is mogelijk wanneer de bodem voldoende vochthoudend blijft. Op een hete standplaats met droge zandgrond kunnen de bladranden tijdens langdurige droogte beschadigen. Halfschaduw of bescherming tegen de felste middagzon is dan veiliger. Geef vooral tijdens de eerste jaren na aanplant water in droge perioden en breng eventueel een organische mulchlaag aan om de wortelzone koeler en gelijkmatig vochtig te houden.
Een humusrijke, luchtige bodem die vocht vasthoudt maar overtollig water goed afvoert, is het meest geschikt. Een licht zure tot neutrale bodem heeft de voorkeur. Vermijd een verdichte, langdurig natte grond, omdat daarin wortelproblemen kunnen ontstaan. Ook sterk kalkrijke bodems zijn minder geschikt. Verbeter arme zandgrond met organisch materiaal en maak zware grond voldoende doorlatend zonder een afgesloten plantput te vormen.