- All products
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- CORNUS ALBA 'GOUCHAULTII'
- Bladverliezend
De geelbonte kornoelje (Cornus alba 'Gouchaultii') onderscheidt zich door zijn bontgekleurde blad en opvallende wintertakken. Het jonge blad loopt roze getint uit en wordt vervolgens groen met onregelmatige gele randen. In het najaar krijgt het blad roodachtige tinten.
Na de bladval vormen de roodviolette twijgen het belangrijkste winterkenmerk. De kleur is het sterkst op jonge takken. Door geregeld enkele oudere takken laag weg te snoeien, blijft de struik nieuwe, beter gekleurde scheuten vormen. Een sterke snoei beperkt wel de bloei in datzelfde jaar.
In mei en juni verschijnen kleine witte bloemen in tuilen. Daaruit kunnen kleine witte tot blauwachtig witte vruchten ontstaan. De struik groeit breed en halfopen en bereikt doorgaans een hoogte en breedte van 2 tot 3 meter.
'Gouchaultii' groeit in de zon of halfschaduw en verdraagt uiteenlopende grondsoorten, van zand tot klei. Een normale tot vochtige bodem is geschikt, terwijl ook tijdelijk drogere of nattere omstandigheden worden verdragen. Op droge grond blijft water geven tijdens de eerste jaren belangrijk. Door de oppervlakkige, sterk vertakte beworteling wordt de bodem rond de struik bij voorkeur niet diep bewerkt.
De sterkste takkleur zit op jonge scheuten. Verwijder daarom aan het einde van de winter geregeld enkele oudere takken tot laag boven de grond. Zo ontstaat nieuwe groei die de volgende winter duidelijker roodviolet kleurt. De struik kan ook sterker worden teruggesnoeid wanneer vooral het winterbeeld belangrijk is. Houd er rekening mee dat een harde jaarlijkse snoei de bloei en vruchtvorming vermindert, omdat een groot deel van het oudere hout wordt verwijderd.
Nee. De roze kleur is vooral zichtbaar bij het uitlopen van het jonge blad. Naarmate het blad rijpt, wordt het hoofdzakelijk groen met onregelmatige gele randen en plaatselijk lichtere tekeningen. In het najaar kunnen roodachtige tinten verschijnen voordat het blad afvalt. De combinatie van roze voorjaarsuitloop, geelbonte zomerbladeren en gekleurde wintertakken zorgt ervoor dat het uiterlijk van deze cultivar doorheen het seizoen duidelijk verandert.
Deze cultivar wordt doorgaans ongeveer 2 tot 3 meter hoog en ongeveer even breed. Hij groeit uit tot een brede, halfopen struik en heeft daarom voldoende zijdelingse ruimte nodig. Door verjongingssnoei kan de omvang worden beperkt, maar de natuurlijke groeivorm blijft breed. Voor een compacte plantplaats is regelmatige snoei dus nodig. Als solitaire struik of in een ruime gemengde heesterbeplanting kan hij zijn vorm vrijer ontwikkelen.
Ja. Cornus alba 'Gouchaultii' verdraagt een vochtige bodem en kan ook omgaan met tijdelijk nattere omstandigheden. De struik is daardoor bruikbaar op plaatsen waar de grond in de winter vochtig is, op voorwaarde dat langdurig stilstaand water geen blijvend probleem vormt. Ook op drogere grond is teelt mogelijk, maar jonge planten moeten tijdens langere droge perioden water krijgen. Een bodem die voldoende vocht vasthoudt zonder voortdurend verzadigd te blijven, geeft de meest gelijkmatige groei.
In mei en juni verschijnen kleine witte bloemen in opstaande tuilen. De bloei is minder opvallend dan het bonte blad en de gekleurde twijgen. Na de bloei kunnen kleine witte tot blauwachtig witte vruchten ontstaan. Wie jaarlijks alle takken sterk terugsnoeit voor een maximale winterkleur, krijgt doorgaans minder bloemen en vruchten. Door slechts een deel van de oudste takken te verwijderen, blijven jonge gekleurde scheuten en bloeiend ouder hout beter in evenwicht.