- All products
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- CORNUS ALBA 'AUREA'
- Bladverliezend
De geelbladige witte kornoelje (Cornus alba 'Aurea') onderscheidt zich door zachtgele tot geelgroene bladeren. In de herfst verkleurt het blad rood, waarna de jonge rode tot purperrode twijgen zichtbaar worden. Vooral tijdens de winter vormt dit gekleurde hout een belangrijk sierkenmerk.
Deze bladverliezende cultivar groeit krachtig, opgaand en later vrij breed. Reken zonder regelmatige snoei op ongeveer 2,5 tot 3 meter hoogte en een vergelijkbare breedte. In mei verschijnen roomwitte bloemen in platte tuilen. Daarna kunnen witte bessen ontstaan.
Plant 'Aurea' bij voorkeur in de zon of halfschaduw. Op een voldoende lichte standplaats komt de gele bladkleur het duidelijkst tot uiting. De struik groeit in verschillende grondsoorten, maar ontwikkelt zich het best in een doorlatende bodem die niet langdurig uitdroogt. Hij is goed winterhard in België.
Snoei voor gekleurde wintertwijgen
De opvallendste rode kleur bevindt zich op jonge twijgen. Verwijder daarom in het vroege voorjaar geregeld enkele van de oudste takken tot aan de basis. Zo blijft de struik nieuwe, sterk gekleurde scheuten vormen. Een volledige jaarlijkse terugsnoei geeft veel jong hout, maar vermindert doorgaans de bloei en vruchtvorming. Wie ook bloemen en bessen wil behouden, verjongt de struik beter geleidelijk.
Het blad blijft doorgaans zachtgeel tot geelgroen, maar de precieze tint hangt af van de standplaats en de groeiomstandigheden. Op een voldoende lichte plaats komt de gele kleur het duidelijkst uit. In meer schaduw kan het blad groener worden. Tijdens droge of bijzonder warme perioden kan de bladkwaliteit achteruitgaan, vooral wanneer de bodem sterk uitdroogt. Een standplaats in de zon of halfschaduw, gecombineerd met een bodem die redelijk vochthoudend maar doorlatend is, geeft doorgaans het evenwichtigste resultaat.
De sterkste rode kleur zit op jonge scheuten. Verwijder in het vroege voorjaar jaarlijks of om de paar jaar enkele oude, dikke takken tot vlak boven de grond. Daardoor ontstaan nieuwe twijgen met een intensere winterkleur. Een sterk verouderde struik kan krachtiger worden teruggesnoeid, want deze kornoelje verdraagt verjongingssnoei goed. Wie ieder jaar alle takken kort afzet, krijgt veel gekleurd jong hout, maar meestal minder bloemen en bessen. Geleidelijke verjonging biedt een beter evenwicht tussen winterkleur en bloei.
Een volwassen exemplaar wordt doorgaans ongeveer 2,5 tot 3 meter hoog en kan bijna even breed uitgroeien. Voorzie daarom voldoende vrije ruimte rondom de struik. Door regelmatig enkele oude takken aan de basis te verwijderen, blijft de plant luchtiger en kan zijn omvang enigszins worden beperkt. Herhaaldelijk oppervlakkig bijknippen is minder geschikt, omdat hierdoor een dichte buitenkant ontstaat terwijl het oudere hout binnenin behouden blijft. Voor een natuurlijke ontwikkeling is deze cultivar vooral geschikt op plaatsen waar een forse, breed uitgroeiende struik gewenst is.
Ja, deze kornoelje groeit goed op een vochthoudende bodem en is daardoor bruikbaar op plaatsen die voor veel droogteminnende struiken te vochtig zijn. De grond moet bij voorkeur wel voldoende luchtig blijven en mag niet voortdurend zuurstofloos of volledig verzadigd zijn. Ook op gewone zand- en leemgrond kan de cultivar groeien wanneer de bodem tijdens langdurige droge perioden niet volledig uitdroogt. Een mulchlaag helpt om sterke schommelingen in het bodemvocht te beperken, vooral tijdens de eerste jaren na het planten.
Ja, Cornus alba 'Aurea' is goed winterhard in het Belgische klimaat. Winterkou vormt bij een normaal ontwikkeld exemplaar doorgaans geen probleem. Het afvallen van het blad in de herfst is geen teken van vorstschade: deze cultivar is van nature bladverliezend. Na de bladval worden juist de rode jonge twijgen zichtbaar. Pas aangeplante struiken hebben tijdens hun eerste groeiseizoen vooral voldoende water nodig om goed in te wortelen; specifieke winterbescherming is op een normale tuinstandplaats meestal niet nodig.