- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- COREOPSIS TRIPTERIS
- Vaste planten
Coreopsis tripteris: hoge meisjesogen voor de nazomer
Coreopsis tripteris, in het Nederlands meisjesogen, onderscheidt zich binnen het geslacht vooral door zijn formaat en zijn late bloei. Waar de meeste meisjesogen kniehoog blijven, groeit deze soort uit tot een imposante vaste plant van 1,80 tot 2 meter. De stengels zijn opvallend stevig en vertakken pas in de bovenste helft, waardoor de plant ondanks zijn hoogte een luchtige, doorzichtige indruk maakt en meestal geen steun nodig heeft.
Bloei
De bloei begint pas in de nazomer, doorgaans vanaf eind juli of augustus, en loopt door tot in oktober. De bloemen zijn helgeel met een donker, bruinpaars hart, wat de soort onderscheidt van de meeste andere Coreopsis met een geel hart. Juist die late bloeiperiode maakt de plant waardevol: hij brengt kleur en nectar in de border op een moment dat veel andere vaste planten al uitgebloeid zijn.
Standplaats en bodem
Deze meisjesogen groeit het best in de volle zon, maar verdraagt ook lichte halfschaduw. De plant stelt weinig eisen aan de bodem en groeit zowel op arme, zandige als op rijkere grond, zolang die goed doorlatend is. Eenmaal goed ingeworteld verdraagt hij droge periodes behoorlijk. Op vochthoudende, voedzame grond wordt de plant het hoogst en volst; op droge, schrale grond blijft hij lager en opener. Het belangrijkste aandachtspunt is wateroverlast: op natte, slecht doorlatende bodem kan wortelrot optreden, zeker in de winter.
Onderhoud
Het onderhoud is beperkt. De plant wordt aan het einde van de winter tot bij de grond teruggeknipt. Wie de uitgebloeide stengels laat staan, heeft in de winter een decoratief silhouet en biedt zaadetende vogels extra voedsel. Coreopsis tripteris kan zich via zaad en korte wortelstokken geleidelijk uitbreiden tot een losse groep; het tijdig wegknippen van uitgebloeide bloemen beperkt het uitzaaien. In een border met beperkte ruimte houdt een scheuring om de paar jaar de plant compact en vitaal.
Toepassing
Door zijn hoogte en late bloei is deze soort geschikt voor:
- de achtergrond van een ruime border;
- prairie- en natuurlijke beplantingen, gecombineerd met hoge siergrassen en laatbloeiende vaste planten;
- bijen- en vlindervriendelijke tuinen, dankzij het rijke nectaraanbod in de nazomer.
De soort is zeer goed winterhard in België en langlevend, wat hem tot een betrouwbare structuurplant maakt voor wie hoogte in de border zoekt zonder jaarlijks te moeten stokken.
Coreopsis tripteris bereikt in onze omstandigheden doorgaans 1,80 tot 2 meter en is daarmee de hoogste meisjesogen die gangbaar in tuinen wordt toegepast. De uiteindelijke hoogte hangt sterk af van de standplaats: op vochthoudende, voedzame grond wordt de plant het hoogst en volst, terwijl hij op droge, schrale grond duidelijk lager en opener blijft. Omdat de stengels pas in de bovenste helft vertakken, oogt de plant ondanks zijn formaat luchtig en neemt hij onderaan weinig ruimte in. Reken op een plantafstand van ongeveer 45 tot 60 centimeter.
Meestal niet. De stengels van Coreopsis tripteris zijn opvallend stevig voor een plant van deze hoogte en blijven op een zonnige standplaats doorgaans goed overeind, ook bij wind. Ondersteuning kan wel nodig zijn wanneer de plant in halfschaduw staat of op zeer voedselrijke, vochtige grond extra lang en week uitgroeit. Wie zeker wil spelen, plant hem tussen andere hoge vaste planten of siergrassen die elkaar onderling steun geven. Een zonnige plek en een niet te rijke bodem geven de compactste, stevigste groei.
Ja, zodra de plant goed is ingeworteld verdraagt Coreopsis tripteris droge periodes behoorlijk. In het eerste jaar na aanplant is water geven tijdens langdurige droogte wel aangewezen. Houd er rekening mee dat de plant op droge grond lager en opener blijft; wie de volle hoogte van bijna 2 meter wil, zorgt voor een vochthoudende maar goed doorlatende bodem. Belangrijker dan droogte is wateroverlast: op natte, slecht drainerende grond kan wortelrot optreden, vooral in de winter. Een doorlatende bodem is dus essentieel.
Ja, Coreopsis tripteris kan zich uitzaaien en breidt zich daarnaast via korte wortelstokken geleidelijk uit tot een losse groep. Op vochtige, open grond verloopt dat vlotter dan op droge of zwaardere bodem. In natuurlijke beplantingen en prairietuinen is dat meestal gewenst; in een strak aangelegde border houdt u de plant eenvoudig in toom door uitgebloeide bloemen tijdig weg te knippen en ongewenste zaailingen in het voorjaar te verwijderen. Jonge zaailingen en uitlopers zijn gemakkelijk met de hand uit te trekken.
Knip Coreopsis tripteris pas aan het einde van de winter, in februari of maart, tot vlak boven de grond terug. Er zijn goede redenen om de afgestorven stengels de winter door te laten staan: het hoge, stevige silhouet met de donkere zaadhoofdjes is decoratief in het winterbeeld, en de zaden vormen voedsel voor zaadetende vogels. Wie het uitzaaien wil beperken, knipt de uitgebloeide bloemen wel al in de herfst weg. Verdere snoei of onderhoud vraagt de plant niet; hij loopt in het voorjaar vanzelf opnieuw uit.