- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- COREOPSIS ROSEA 'SWEET DREAMS'
- Vaste planten
Roze meisjesogen (Coreopsis rosea 'Sweet Dreams') onderscheidt zich door zijn tweekleurige bloemhoofdjes. De lintbloemen zijn aanvankelijk roomwit met een breed framboosroze hart. Tijdens het verbloeien neemt het roze toe, waardoor verschillende kleurschakeringen tegelijk op de plant zichtbaar zijn. De bloei loopt doorgaans van juni tot september.
Deze vaste plant vormt een bossige pol met fijn verdeeld, luchtig groen blad. Hij wordt ongeveer 45 cm hoog en kan zich via korte wortelstokken geleidelijk verbreden tot circa 60 cm. Het bovengrondse deel sterft in de winter af.
'Sweet Dreams' groeit het best in de volle zon, op een normale tot matig voedselrijke bodem die licht vochtig maar goed doorlatend blijft. Langdurig natte grond, vooral tijdens de winter, verhoogt de kans op uitval. Op zware grond is een verhoogde plantplaats met een goede waterafvoer daarom aangewezen.
Verwijder uitgebloeide bloemhoofdjes regelmatig om de aanmaak van nieuwe knoppen te ondersteunen. Wanneer een oudere pol minder krachtig bloeit of te breed wordt, kan hij in het voorjaar worden gedeeld. In een pot is deze cultivar eveneens bruikbaar, op voorwaarde dat overtollig water vlot kan wegvloeien.
De kleurverandering hoort bij deze cultivar. Jonge bloemhoofdjes hebben roomwitte lintbloemen rond een breed framboosroze hart. Tijdens het verbloeien breidt die roze kleur zich verder naar buiten uit. Daardoor staan er vaak tegelijk lichtere, duidelijk tweekleurige en bijna volledig roze bloemen op de plant. De precieze kleurintensiteit kan variëren met de leeftijd van de bloem en de groeiomstandigheden.
'Sweet Dreams' verkiest een bodem die tijdens het groeiseizoen licht vochtig blijft, maar overtollig water snel afvoert. Hij is daarom minder geschikt voor een uitgesproken droge standplaats dan sommige andere Coreopsis-soorten. Tijdelijke droogte wordt beter verdragen nadat de plant goed is ingeworteld, maar langdurige droogte kan de bloei en groei beperken. Een zonnige bodem met een evenwichtige vochtvoorziening geeft doorgaans het beste resultaat.
Alleen wanneer de waterafvoer voldoende goed is. Zware kleigrond die in de winter langdurig nat blijft, is ongeschikt omdat de wortelstokken dan kunnen verzwakken of wegrotten. Plant op dergelijke grond bij voorkeur iets verhoogd en verbeter de bodemstructuur over een ruim oppervlak. Een goed doorlatende leemgrond is doorgaans geschikter dan compacte, natte klei.
Deze cultivar vormt korte wortelstokken en wordt daardoor geleidelijk breder. Een volwassen pol kan ongeveer 60 cm breed worden, afhankelijk van bodem en standplaats. De uitbreiding is nuttig voor een gesloten beplanting, maar kan in een kleine border na enkele jaren begrensd worden. Steek daarvoor in het voorjaar een deel van de pol af of neem de volledige plant op en verdeel hem.
Verwijder de uitgebloeide bloemhoofdjes voordat ze zaad vormen. Hierdoor kan de plant zijn energie gebruiken voor nieuwe bloemknoppen en blijft de pol netter. Zorg daarnaast voor voldoende zon en laat de bodem tijdens langdurige droge perioden niet volledig uitdrogen. Een te natte of sterk bemeste standplaats is evenmin gunstig: de grond moet vooral goed doorlatend zijn en hoeft niet uitzonderlijk voedselrijk te zijn.