- All products
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- CARYA ILLINOINENSIS
- Loofbomen
Pekannoot als boom en notengewas
De pekannoot (Carya illinoinensis) vormt langwerpige, eetbare noten in bolsters die bij rijpheid openbarsten. Voor een goede afrijping heeft de soort een lang groeiseizoen en veel zomerwarmte nodig. In België is een regelmatige oogst daarom niet verzekerd, vooral op koelere of minder zonnige standplaatsen. Voor een betere vruchtzetting zijn meerdere genetisch verschillende bomen met een overlappende bloei aangewezen.
Deze bladverliezende boom ontwikkelt op termijn een brede, halfopen kroon en vraagt veel ruimte. Het grote, oneven geveerde blad bestaat uit smalle deelblaadjes en verkleurt in de herfst geel. De groene mannelijke bloemen hangen in katjes; de vrouwelijke bloemen zijn weinig opvallend. De bestuiving gebeurt door de wind.
Standplaats en bodem
Plant Carya illinoinensis op een zonnige, warme plaats in een diepe, voedselrijke en goed doorlatende bodem. Een vochthoudende grond ondersteunt de groei, maar langdurig stagnerend water moet worden vermeden. De boom vormt een diepgaand wortelgestel en is minder geschikt dicht bij verharding of op plaatsen met weinig doorwortelbare ruimte.
Jonge bomen kunnen tijdens strenge winters vorstschade oplopen of tijdelijk in hun groei worden geremd. Een beschutte groeiplaats helpt tijdens de eerste jaren. Eenmaal goed ontwikkeld groeit de pekannoot uit tot een grote park- of landschapsboom; voor een kleine tuin is de soort niet geschikt.
Dat is mogelijk, maar niet ieder jaar even betrouwbaar. Pekannoten hebben een lang groeiseizoen en veel zomerwarmte nodig om volledig af te rijpen. Een zonnige, warme en beschutte standplaats vergroot de kans op rijpe noten. In koele zomers kunnen de vruchten onvolledig ontwikkeld blijven. Wie de boom hoofdzakelijk voor de oogst plant, moet er rekening mee houden dat de productie in België minder zeker is dan in warmere teeltgebieden.
Een pekannoot draagt mannelijke en vrouwelijke bloemen aan dezelfde boom, maar die zijn niet altijd gelijktijdig rijp. Daardoor kan één exemplaar weinig of onregelmatig vruchten vormen. Meerdere genetisch verschillende bomen met een overlappende bloeiperiode verbeteren doorgaans de bestuiving. De bloemen worden door de wind bestoven, zodat de bomen voldoende dicht bij elkaar moeten staan. Ook bij een goede bestuiving blijft voldoende zomerwarmte noodzakelijk om de noten in België te laten afrijpen.
Carya illinoinensis groeit uit tot een zeer grote boom met een brede kroon en is alleen geschikt voor ruime tuinen, parken en landschappelijke aanplantingen. Houd niet alleen rekening met de uiteindelijke kroonbreedte, maar ook met de diepe beworteling. Plant de boom niet vlak bij gebouwen, ondergrondse constructies of grote oppervlakken met verharding. Op een vrije groeiplaats kan de kroon zich natuurlijk ontwikkelen zonder herhaaldelijk zware snoei nodig te hebben.
De pekannoot groeit het best in een diepe, voedselrijke en vochthoudende bodem die overtollig water voldoende snel afvoert. Tijdelijk veel bodemvocht wordt verdragen, maar langdurig stagnerend water verhoogt de kans op wortelproblemen. Ondiepe, sterk verdichte of zeer droge grond beperkt de ontwikkeling van het diepe wortelgestel. Op lichte zandgrond zijn bodemverbetering en water geven tijdens langdurige droogte vooral in de eerste jaren aangewezen.
Gevestigde bomen kunnen Belgische winters doorgaans verdragen, maar jonge exemplaren zijn gevoeliger voor strenge vorst. Vorstschade kan de jonge scheuten aantasten of de groei tijdelijk vertragen. Kies daarom een warme, zonnige plaats die niet in een uitgesproken koudekom ligt. Een goede afwatering is tijdens de winter eveneens belangrijk. Bescherming van jonge bomen kan op koudere locaties tijdens de eerste winters nuttig zijn.