- All products
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- CAMPANULA POSCHARSKYANA 'BLAURANKE'
- Bodembedekkers
Kruipklokje (Campanula poscharskyana 'Blauranke') vormt een lage, breed uitgroeiende mat met violetblauwe, stervormige bloemen. De hoofdbloei valt van juni tot augustus. De soepele scheuten kunnen over stenen en randen heen groeien, waardoor deze cultivar goed tot zijn recht komt op stapelmuurtjes, in rotstuinen en vooraan in de border.
'Blauranke' groeit in zon tot halfschaduw. Een goed doorlatende bodem is belangrijk, vooral tijdens de winter. Langdurig natte grond kan wortelproblemen veroorzaken. Op een zonnige plaats is de bloei doorgaans het rijkst, mits de bodem niet volledig uitdroogt.
Het groene blad kan tijdens zachte winters gedeeltelijk aanwezig blijven, maar de plant is in België niet betrouwbaar wintergroen. De mat kan na verloop van tijd breder worden. Scheuten die buiten de gewenste ruimte groeien, kunnen eenvoudig worden ingekort.
'Blauranke' vormt kruipende scheuten die geleidelijk een bredere mat maken. De plant kan daardoor tussen stenen en langs borderranden meer ruimte innemen dan de oorspronkelijke plantplaats. Op een geschikte bodem is de groei vlot, maar doorgaans goed te begrenzen. Knip scheuten die buiten de gewenste zone groeien terug of verwijder bewortelde delen. Bij aanplant naast zwak groeiende vaste planten is enige opvolging aangewezen, zodat het kruipklokje deze niet bedekt.
Het blad kan tijdens een zachte Belgische winter gedeeltelijk groen blijven. Bij strenge vorst, veel wintervocht of een onbeschutte standplaats kan een groter deel bovengronds afsterven. De plant loopt in het voorjaar opnieuw uit vanuit de basis. Beschouw 'Blauranke' daarom als deels wintergroen en niet als een betrouwbare wintergroene bodembedekker. Een goed doorlatende bodem helpt om de plant gezond door natte winterperioden te brengen.
Ja, mits de voegen voldoende ruimte en doorlatende grond bevatten. De kruipende scheuten kunnen over de stenen hangen en kleine openingen volgen. Vermijd plaatsen waar water langdurig in de voegen blijft staan. Op een zonnige tot licht beschaduwde muur bloeit de plant doorgaans goed. In erg kleine voegen kan de bodem tijdens warme zomerdagen snel uitdrogen; jonge planten hebben daar tijdens droge perioden extra water nodig totdat ze goed geworteld zijn.
De rijkste bloei ontstaat doorgaans op een zonnige plaats met een bodem die niet langdurig uitdroogt. Halfschaduw wordt eveneens verdragen en kan gunstig zijn op warme, stenige plaatsen waar de grond snel uitdroogt. In diepe schaduw worden de scheuten meestal losser en verschijnen minder bloemen. De combinatie van voldoende licht en een goed doorlatende, matig vochtige bodem geeft in Belgische tuinen gewoonlijk het beste resultaat.
Snoei is niet noodzakelijk, maar een lichte knipbeurt na de hoofdbloei houdt de mat compacter. Verwijder uitgebloeide stengels en kort te lange scheuten terug tot binnen de gewenste ruimte. Dit kan soms een beperkte nabloei stimuleren. Sterk terugsnoeien in het najaar is niet nodig; wacht bij vorstschade liever tot het voorjaar en verwijder dan alleen afgestorven delen. Gebruik geen zware bemesting, omdat die vooral veel bladgroei kan geven.