- All products
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- CAMPANULA COCHLEARIIFOLIA (PUSILLA)
- Bodembedekkers
Campanula cochleariifolia is een lage, matvormende klokjesbloem uit berggebieden. De plant breidt zich geleidelijk uit met kruipende wortelstokken. Boven het lage blad verschijnen doorgaans van juni tot augustus fijne bloemstengels met knikkende, lichtblauwe tot blauwlila klokjes.
Deze soort komt het best tot zijn recht in een rotstuin, stenige border, trog of ruime voeg tussen stenen. Kies een zonnige tot halfschaduwrijke plaats die in de zomer niet langdurig heet en droog wordt. Een lichte, stenige en goed doorlatende bodem is belangrijk; neutrale tot kalkhoudende grond wordt goed verdragen.
De bodem mag licht vochtig blijven, maar stilstaand water is ongeschikt. Vooral tijdens natte winters kan een slecht doorlatende grond wortelproblemen veroorzaken. De bovengrondse delen sterven in de winter af en lopen in het voorjaar opnieuw uit. De naam pusilla wordt in de handel nog gebruikt voor deze soort.
De naam Campanula pusilla wordt nog geregeld gebruikt voor de plant die botanisch als Campanula cochleariifolia wordt aangeduid. Op etiketten en in oudere plantenlijsten kunnen daarom beide namen voorkomen. De toevoeging pusilla duidt bij dit product niet op een afzonderlijke cultivar. Het gaat om de lage, matvormende klokjesbloem met knikkende lichtblauwe tot blauwlila bloemen.
Ja. Deze soort groeit goed in ruime voegen, rotsspleten en tussen stenen wanneer er voldoende fijne grond aanwezig is. Het substraat moet goed doorlatend zijn, maar mag tijdens het groeiseizoen niet volledig uitdrogen. Een open voeg met wat stenige, kalkhoudende grond is geschikter dan een zeer smalle, hete spleet zonder vochtbuffer. Vermijd plaatsen waar regenwater langdurig rond de wortels blijft staan.
De plant vormt kruipende wortelstokken en kan daardoor geleidelijk een lage mat of kleine kolonie vormen. Op een geschikte, frisse bodem groeit hij tussen stenen en langs randen verder zonder hoog te worden. Rond zeer kleine of traag groeiende rotsplanten kan het nodig zijn om uitlopers af en toe weg te nemen. Op een droge of verdichte bodem verloopt de uitbreiding doorgaans minder vlot.
Aanhoudend natte grond is een belangrijk risico. Hoewel de soort goed winterhard is in België, verdragen de wortels geen langdurig stilstaand water. In zware kleigrond of een pot zonder goede afvoer kunnen tijdens de winter wortelproblemen ontstaan. Plant daarom in een luchtige, stenige bodem en zorg dat overtollig water snel weg kan. Het afsterven van het bovengrondse blad in de winter is daarentegen normaal.
Zon tot halfschaduw is geschikt, maar de plaats mag niet langdurig heet en uitgedroogd zijn. In een koele rotstuin kan de plant goed in de zon staan. Op warme, zuidgerichte plekken biedt lichte namiddagschaduw een gelijkmatiger bodemvocht. Te veel schaduw kan de groei en bloei verminderen, terwijl felle hitte in combinatie met droge grond de lage mat kan verzwakken.