- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- CALTHA PALUSTRIS VAR. ALBA
- Vaste planten
De witte dotterbloem (Caltha palustris var. alba) onderscheidt zich van de gewone dotterbloem door haar witte bloemen met goudgele meeldraden. Ze verschijnen hoofdzakelijk in april en mei boven het glanzende, groene blad. De plant vormt lage, geleidelijk breder wordende pollen van ongeveer 20 tot 30 cm hoog.
Deze bladverliezende oeverplant groeit het best in blijvend vochtige tot drassige grond. Ze kan langs een vijver, poel of beek worden geplant, maar groeit ook in ondiep water. Een zonnige standplaats geeft doorgaans de rijkste bloei; halfschaduw wordt eveneens verdragen. Gewone tuingrond is alleen geschikt wanneer die ook tijdens droge zomerperioden voldoende vochtig blijft.
De witte dotterbloem is goed winterhard in België. In een vijver kan ze rechtstreeks in de oevergrond of in een waterplantenmand worden gezet. Oudere, dicht geworden pollen kunnen na de bloei worden gedeeld. Zo blijft de groei krachtig en kan de plant gecontroleerd worden uitgebreid.
Het duidelijkste verschil is de bloemkleur. De gewone dotterbloem bloeit geel, terwijl Caltha palustris var. alba witte bloemen met opvallende gele meeldraden vormt. Groeiwijze en standplaatsbehoefte zijn vergelijkbaar: beide groeien als lage pollen op blijvend vochtige oevers en in moerasgrond. De witte vorm wordt vooral gekozen wanneer een zachtere bloemkleur gewenst is. Ze blijft met ongeveer 20 tot 30 cm eveneens laag en bloeit hoofdzakelijk in het voorjaar.
Ja. De witte dotterbloem kan aan de waterlijn of in ondiep water groeien. Plant de wortelzone niet onnodig diep: een natte oever of ondiepe moeraszone sluit het best aan bij haar natuurlijke groeiplaats. In een vijver is een waterplantenmand praktisch, omdat de plant dan gemakkelijk kan worden verplaatst of gedeeld. Ook buiten een vijver is aanplant mogelijk, op voorwaarde dat de bodem voortdurend vochtig tot drassig blijft.
Nee. Deze oeverplant verdraagt geen langdurig uitdrogende bodem. Vooral op lichte zandgrond kan de wortelzone tijdens warme perioden te snel droogvallen, waardoor groei en bloei achteruitgaan. Kies daarom een plaats met blijvend vochtige, drassige grond of plant haar in de moeraszone van een vijver. Een gewone border is alleen geschikt wanneer de bodem van nature vochtig blijft en ook tijdens zomerse droogte voldoende water beschikbaar is.
De rijkste bloei is doorgaans te verwachten op een zonnige plaats met voortdurend vochtige grond. Halfschaduw wordt eveneens goed verdragen en kan gunstig zijn wanneer een zonnige oever in de zomer snel opwarmt of uitdroogt. De beschikbaarheid van vocht is belangrijker dan het exacte aantal zonuren. Een plek met veel zon maar een uitdrogende bodem is daarom minder geschikt dan een halfschaduwrijke standplaats die blijvend nat blijft.
Een oudere pol kan na de voorjaarsbloei worden gedeeld wanneer hij te breed of te dicht wordt. Haal de plant of waterplantenmand uit de grond, splits de wortelkluit in enkele stevige delen en plant die onmiddellijk opnieuw in vochtige aarde. Laat de wortels tijdens het werk niet uitdrogen. Delen is gewoonlijk pas na enkele groeijaren nodig en helpt om verouderde pollen te verjongen. Geef pas gedeelde planten ruim water totdat ze opnieuw goed zijn ingeworteld.