Trilgras of bevertjes (Briza media) is een fijn, polvormend siergras. Boven het smalle groene blad verschijnen van mei tot juli losse bloeistengels met platte, hartvormige aartjes. Deze hangen aan dunne steeltjes en bewegen opvallend bij een lichte bries. De plant wordt doorgaans 30 tot 50 cm hoog, inclusief de bloeiaren.
De transparante bloei past goed tussen lage vaste planten en in natuurlijke, weideachtige beplantingen. De bloeistengels kunnen vers worden gesneden of worden gedroogd. Briza media vormt geleidelijk compacte pollen en breidt zich niet met lange uitlopers uit. Uitzaaiing is mogelijk wanneer de rijpe aren blijven staan.
Plant trilgras bij voorkeur in de zon op een matig voedselrijke, goed doorlatende bodem. Een licht kalkhoudende grond wordt goed verdragen. Vermijd langdurig natte of zwaar bemeste grond: daarin kunnen de pollen achteruitgaan en worden de fijne halmen minder stevig. Een gevestigde plant verdraagt tijdelijk drogere omstandigheden, maar langdurige droogte op zeer lichte grond kan de groei afremmen.
Laat de uitgebloeide halmen desgewenst tijdens de winter staan en knip ze in het vroege voorjaar terug voordat de nieuwe groei begint. Een zware bemesting is niet nodig; een beperkte hoeveelheid compost in het voorjaar volstaat op arme grond.
Nee, Briza media vormt compacte pollen en verspreidt zich niet met lange ondergrondse uitlopers. Wanneer de rijpe bloeiaren blijven staan, kan het gras zich wel uitzaaien. Jonge zaailingen verschijnen vooral op open, weinig bemeste grond waar niet te veel concurrentie van andere planten is. Wie uitzaaiing wil beperken, kan de bloeistengels verwijderen zodra ze hun sierwaarde verliezen en voordat het zaad volledig rijp is.
Briza media verdraagt een matig droge bodem zodra de plant goed is ingeworteld. Een zonnige, goed doorlatende grond is geschikter dan een voortdurend natte standplaats. Op zeer droge zandgrond kan tijdens langdurige zomerdroogte extra water nodig zijn, vooral bij jonge planten. Zorg daarbij voor een grondige gietbeurt in plaats van dagelijks oppervlakkig water te geven. Een bodem die afwisselend licht vochtig en droog is, past doorgaans goed bij dit siergras.
Trilgras kan op kleigrond groeien wanneer overtollig water voldoende snel wegzakt. Zware, verdichte klei die in de winter langdurig nat blijft, is minder geschikt omdat de pollen daar kunnen achteruitgaan. Verbeter bij aanplant vooral de bodemstructuur en vermijd een plantkuil waarin water blijft staan. Op blijvend natte plaatsen is het beter een ander siergras te kiezen. Een voedselrijke kleibodem hoeft bovendien niet zwaar bemest te worden.
Knip de oude bladeren en bloeistengels aan het einde van de winter of in het vroege voorjaar terug, voordat de nieuwe scheuten duidelijk beginnen te groeien. De uitgebloeide halmen mogen tijdens de winter blijven staan zolang ze nog voldoende stevig zijn. Wie ongewenste uitzaaiing wil voorkomen, verwijdert de aren eerder, voordat het zaad rijp wordt. Knip niet in het hart van de jonge pol zodra de nieuwe groei al op gang is gekomen.
Ja. De platte aartjes behouden na het drogen hun kenmerkende vorm en worden vaak in droogboeketten verwerkt. Snijd de stengels wanneer de aren volledig gevormd zijn maar nog niet verweerd of uitgevallen. Bind kleine bosjes samen en hang ze ondersteboven op een droge, donkere en goed verluchte plaats. Door ze uit direct zonlicht te houden, blijven de natuurlijke tinten doorgaans beter behouden.