- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- ASTER MACROPHYLLUS 'ALBUS'
- Vaste planten
De grootbladige aster Aster macrophyllus 'Albus' onderscheidt zich door zijn brede, hartvormige bladeren. Vanuit deze lage, spreidende bladermassa groeien stengels met losse schermen van kleine witte bloemen. De bloei begint in de zomer en kan tot in de vroege herfst aanhouden.
'Albus' wordt doorgaans 60 tot 70 cm hoog. Door zijn wortelstokken breidt de plant zich geleidelijk uit, waardoor hij vooral geschikt is voor grotere groepen, informele borders en beplantingen aan een lichte bosrand. Houd bij kleinere plantvakken rekening met deze spreidende groei.
Deze vaste plant groeit in zon tot halfschaduw. Een humusrijke, goed doorlatende bodem die niet langdurig nat blijft, geeft de beste resultaten. Terugsnoeien kan na de bloei of in het vroege voorjaar. Oudere pollen kunnen om de vier tot vijf jaar worden gedeeld wanneer de groei of bloei terugloopt.
Ja. 'Albus' groeit zowel in de zon als in halfschaduw. Een lichte bosrand of een border met enkele uren direct zonlicht is geschikt. In diepe schaduw kunnen de stengels losser groeien en kan de bloei beperkter blijven. Zorg ook in halfschaduw voor een humusrijke bodem die overtollig water voldoende afvoert. Onder bomen kan concurrentie van wortels de bodem sterk uitdrogen; geef daarom extra water tijdens de eerste groeiseizoenen.
Deze grootbladige aster groeit met wortelstokken en vormt geleidelijk een bredere groep. Daardoor is hij geschikt voor vakbeplanting en informele borders waar hij ruimte krijgt om zich te ontwikkelen. In een klein plantvak kan de uitbreiding worden begrensd door uitlopers weg te nemen. De plant is ook eenvoudig te delen: steek in het voorjaar of na de bloei een deel van de pol af en plant alleen de gewenste stukken terug.
De afgestorven stengels kunnen na de bloei worden verwijderd, maar terugsnoeien in het vroege voorjaar is eveneens mogelijk. Wie de stengels in de winter laat staan, stelt de snoei uit tot vlak voor de nieuwe groei begint. Knip het oude loof dan laag boven de grond weg zonder de jonge scheuten te beschadigen. Tijdens de bloei kunnen uitgebloeide bloemhoofdjes worden verwijderd om de beplanting verzorgd te houden.
Een humusrijke, normale tot matig vochtige bodem met een goede afwatering is het meest geschikt. De grond mag niet langdurig verzadigd blijven, omdat dit de wortelgroei belemmert. Werk op arme zandgrond vóór het planten wat rijpe compost door de bovenlaag. Geef na het aanplanten regelmatig water totdat de wortels voldoende ontwikkeld zijn. Eenmaal gevestigd verdraagt de plant kortere droge perioden beter, al blijft water geven nodig bij aanhoudende droogte.
Delen is niet ieder jaar nodig. Wanneer een oudere pol minder krachtig groeit, in het midden opener wordt of minder bloemen vormt, kan hij worden opgenomen en verdeeld. Dit gebeurt doorgaans om de vier tot vijf jaar, bij voorkeur in het voorjaar. Verwijder zwakke of verhoute delen en herplant de vitale buitenstukken in verbeterde grond. Delen verjongt de plant en biedt tegelijk een praktische manier om zijn spreidende groei te begrenzen.