- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- ASTER CORDIFOLIUS 'SILVER SPRAY'
- Vaste planten
Hartbladaster Aster cordifolius 'Silver Spray' onderscheidt zich door zijn luchtige, sterk vertakte bloeiwijzen. Vanaf september verschijnen talrijke kleine, zilverwitte bloemen, vaak met een zachte roze tot lila zweem. De fijne bloemen staan op slanke stengels en geven de plant een los, natuurlijk karakter.
Deze bladverliezende vaste plant wordt doorgaans ongeveer 1 tot 1,4 meter hoog. Door de open groei komt hij het best tot zijn recht tussen andere vaste planten, die de lange stengels tegelijk enige steun geven. De bloemen zijn ook geschikt om te snijden.
'Silver Spray' groeit in de zon tot halfschaduw. Een humeuze, goed doorlatende bodem heeft de voorkeur. Vermijd langdurig natte grond, vooral tijdens de winter. Knip de oude stengels na de bloei of aan het einde van de winter tot vlak boven de grond terug.
De bloemen zijn overwegend zilverwit, maar kunnen een zachte roze tot lila zweem vertonen. De waargenomen kleur kan variëren met de lichtinval en de groeiomstandigheden. Het gaat om talrijke kleine bloemen die samen losse, sterk vertakte bloeiwijzen vormen. Daardoor oogt 'Silver Spray' fijner en luchtiger dan herfstasters met grotere, dichter opeen staande bloemen.
'Silver Spray' wordt doorgaans ongeveer 1 tot 1,4 meter hoog. De uiteindelijke hoogte hangt af van de bodem, de hoeveelheid licht en de beschikbare voeding. Op voedselrijke grond kunnen de stengels langer en losser groeien. Plaats de plant daarom bij voorkeur tussen stevige vaste planten of op een beschutte plek, zodat de omringende beplanting de luchtige stengels ondersteunt.
Ja. Deze hartbladaster kan zowel in de zon als in halfschaduw groeien. In halfschaduw blijft een luchtige standplaats belangrijk, zodat het blad na regen voldoende snel opdroogt. De bodem moet humeus en goed doorlatend zijn. Langdurig natte wintergrond is minder geschikt. Op een erg donkere plaats kan de groei losser worden en blijft de bloei doorgaans beperkter.
Knip de afgestorven stengels na de bloei of aan het einde van de winter terug tot vlak boven de grond. Terugsnoeien in het voorjaar laat de droge bloeiwijzen gedurende de winter staan en beschermt de plantbasis enigszins. Verwijder het oude loof voordat de nieuwe scheuten duidelijk beginnen uit te lopen. Tijdens het groeiseizoen is verdere snoei normaal niet nodig.
Op een beschutte standplaats tussen andere vaste planten is opbinden meestal niet nodig. De lange, fijn vertakte stengels kunnen op een open, winderige plek of in erg voedselrijke grond gemakkelijker uiteen vallen. Laat de plant daarom bij voorkeur door naburige beplanting groeien. Een discrete plantensteun kan nuttig zijn wanneer hij vrijstaand wordt aangeplant.