- All products
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladhoudend
- ARBUTUS UNEDO ROSELILY
- Bladhoudend
Compacte aardbeiboom met roze bloemen
Arbutus unedo 'Roselily' onderscheidt zich van de gewone aardbeiboom door zijn compactere, dicht vertakte groei en roze tot crèmeroze bloemen. De klokvormige bloemen verschijnen vanaf september en kunnen bij zacht weer tot in januari aanblijven. Het donkergroene, glanzende blad blijft ook tijdens de winter aan de plant.
De ronde vruchten hebben ongeveer een jaar nodig om te rijpen. Daardoor staan de nieuwe bloemen vaak tegelijk met gele, oranje en rode vruchten aan de struik. De vruchten zijn eetbaar, maar hebben een korrelige structuur en een eerder milde smaak. Hun voornaamste waarde is sierlijk.
Standplaats in België
'Roselily' groeit het best op een zonnige, warme plaats die beschut ligt tegen koude oostenwind. Halfschaduw wordt verdragen, maar voldoende zon bevordert een compacte groei en een goede bloei. De bodem moet goed doorlatend zijn; langdurig natte wintergrond vergroot de kans op wortel- en vorstschade.
Een gevestigde plant verdraagt droge perioden redelijk goed. Jonge exemplaren vragen tijdens langdurige droogte nog water. In België is een beschutte standplaats belangrijk, vooral voor jonge planten en in koudere landstreken. Snoei is doorgaans beperkt tot het verwijderen van beschadigde of storende takken na de winter.
'Roselily' groeit compacter dan de gewone aardbeiboom en bereikt doorgaans ongeveer 2 tot 2,5 meter hoogte, met een vrij brede, afgeronde groeiwijze. De uiteindelijke afmetingen hangen mee af van bodem, beschutting en wintertemperaturen. Op een warme standplaats kan de struik na verloop van tijd breder uitgroeien. Door zijn matige omvang past deze cultivar beter in een kleinere tuin dan sterk groeiende vormen van Arbutus unedo. Regelmatig terugsnoeien om hem klein te houden is niet aangewezen; kies bij de aanplant voldoende ruimte voor zijn natuurlijke vorm.
Ja, de rijpe rode vruchten zijn eetbaar. Ze hebben een zachte, korrelige structuur en een vrij milde smaak, waardoor ze niet door iedereen als handfruit gewaardeerd worden. De vruchten kunnen eventueel verwerkt worden, maar bij deze cultivar ligt hun voornaamste waarde in het winterbeeld. Ze ontwikkelen zich langzaam en rijpen ongeveer een jaar na de bloei. Hierdoor kunnen rijpe vruchten en nieuwe roze bloemen tegelijk aan de struik voorkomen. Alleen volledig rijpe vruchten zijn aangenaam bruikbaar; onrijpe exemplaren blijven harder en minder smakelijk.
'Roselily' kan in een groot deel van België buiten groeien, maar vraagt een warme en beschutte standplaats. Vooral jonge planten zijn gevoelig voor strenge vorst, koude oostenwind en natte wintergrond. Plant hem bij voorkeur tegen de beschutte zijde van een muur of tussen andere beplanting, zonder de luchtcirculatie volledig weg te nemen. Een mulchlaag beschermt jonge wortels, maar mag niet tegen de stam worden opgehoopt. In koudere landstreken of op open, winderige plaatsen blijft vorstschade mogelijk. Beschadigde takken worden pas na de winter teruggesnoeid.
De aardbeiboom verdraagt doorgaans neutrale en licht kalkhoudende grond, zolang die luchtig en goed doorlatend is. Een zware, natte kleibodem is minder geschikt, zeker tijdens de winter. Op sterk kalkrijke grond kan de opname van bepaalde voedingsstoffen moeilijker verlopen, wat zich kan uiten in bleek of geelachtig blad. Verbeter daarom vooral de bodemstructuur en vermijd een plantgat waarin water blijft staan. Zure grond is niet strikt noodzakelijk. Een matig voedselrijke bodem zonder overmatige bemesting geeft doorgaans de meest evenwichtige groei.
De vruchten van Arbutus unedo 'Roselily' rijpen langzaam en hebben ongeveer een jaar nodig om volledig rood te worden. Wanneer in de herfst een nieuwe bloeiperiode begint, hangen de vruchten van de bloei van het voorgaande jaar daarom nog aan de struik. Dit verklaart waarom roze klokbloemen, onrijpe gele vruchten en rijpe rode vruchten gelijktijdig zichtbaar kunnen zijn. Na een strenge winter of een seizoen met weinig bestuivende insecten kan de vruchtzetting beperkter zijn. Ook jonge planten dragen doorgaans nog minder vruchten dan goed gevestigde exemplaren.