Rode, aromatische appels
Appelboom Malus domestica 'Ingrid Marie' draagt middelgrote, ronde appels met een glanzend dieprode schil en fijne lenticellen. Het roomwitte vruchtvlees is sappig en stevig. De smaak is zachtzuur en aromatisch.
De appels worden doorgaans geplukt in september en oktober. Ze zijn geschikt als handappel en kunnen ook verwerkt worden tot moes, sap of gebak. Bij een koele en luchtige bewaring blijven gezonde vruchten doorgaans bruikbaar tot november of december.
Bestuiving en groei
Voor een betrouwbare opbrengst is kruisbestuiving door een ander appelras met een overlappende bloeiperiode aangewezen. 'James Grieve' en 'Cox's Orange Pippin' komen hiervoor in aanmerking. De wit tot zachtroze bloemen verschijnen gewoonlijk in april en mei.
De boom groeit middelsterk en vormt een vrij compacte kroon. Bij deze hoogstam begint de kroon op een stamhoogte van 2,20 m. Daardoor is voldoende ruimte nodig voor de ontwikkeling van zowel de kroon als het wortelgestel.
Standplaats en aandachtspunten
'Ingrid Marie' groeit het best op een zonnige standplaats in voedzame, goed doorlatende grond. Halfschaduw wordt verdragen, maar voldoende zon bevordert de rijping en kleuring van de vruchten. Vermijd langdurig natte grond.
Het ras kan gevoelig zijn voor schurft en vruchtboomkanker. Een luchtige kroon, een geschikte standplaats en het verwijderen van aangetast hout helpen om de ziektedruk te beperken.