Lage vrouwenmantel voor een goed doorlatende bodem
Alpiene vrouwenmantel (Alchemilla alpina) blijft met een hoogte van ongeveer 10 tot 20 cm duidelijk lager dan de bekendere vrouwenmantels. De plant vormt compacte, uitgespreide kussens. Het handvormige blad is diep ingesneden en grijsgroen, met een zilverachtig behaarde onderzijde die vooral aan de bladranden zichtbaar is.
In de zomer verschijnen kleine groengele bloemen in dichte pluimpjes tussen en net boven het blad. De bloei is ingetogen; het fijn verdeelde blad en de lage groei bepalen het grootste deel van de sierwaarde.
Alchemilla alpina groeit goed in zon tot halfschaduw. In halfschaduw blijft het blad doorgaans het fraaist, terwijl een zonnige standplaats vooral geschikt is wanneer de bodem niet volledig uitdroogt. De grond moet goed doorlatend zijn. Langdurig natte grond, en vooral overtollig wintervocht, kan wortelproblemen veroorzaken.
Door zijn beperkte hoogte is deze soort geschikt voor rotstuinen, taluds, lage muurtjes en de voorrand van een border. Hij kan ook als kleinschalige bodembedekker worden gebruikt, maar heeft voldoende drainage rond de wortels nodig. De plant is goed winterhard in België.