Acer palmatum 'Scolopendriifolium' onderscheidt zich door zijn lange, bijzonder smalle bladlobben. Het fijn verdeelde blad is frisgroen bij het uitlopen en wordt tijdens de zomer wat donkerder. In de herfst verschijnen warme gele en oranje tinten, vaak aangevuld met rood. De precieze herfstkleur varieert met de standplaats en de weersomstandigheden.
Deze Japanse esdoorn groeit traag en vormt mettertijd een brede, los vertakte struik van ongeveer 3 tot 5 meter hoog. Door zijn uiteindelijke breedte vraagt hij meer ruimte dan compacte cultivars. Hij komt het best tot zijn recht als solitair, waar de fijne bladstructuur en herfstverkleuring goed zichtbaar blijven.
Standplaats en bodem
Een beschutte plaats in de zon of halfschaduw is geschikt. Vermijd bij voorkeur een standplaats met felle, weerkaatste middagzon of koude, uitdrogende wind. Zulke omstandigheden vergroten de kans op verdroogde bladranden.
De bodem moet humusrijk, voldoende vochthoudend en tegelijk goed doorlatend zijn. Langdurig natte grond wordt slecht verdragen. Tijdens droge perioden is extra water vooral bij jonge of pas aangeplante exemplaren aangewezen. Snoei is doorgaans nauwelijks nodig; verwijder alleen storende, kruisende of beschadigde takken.