Abrikoos ‘Hongaarse’ vormt kleine, geeloranje vruchten met een zoete smaak. Ze zijn geschikt om vers te eten, maar kunnen ook verwerkt worden tot confituur of compote. De oogst valt doorgaans in augustus of begin september, afhankelijk van het zomerweer en de standplaats.
Deze cultivar is zelfbestuivend en kan dus zonder tweede abrikozenboom vruchten dragen. De bloei begint vroeg, meestal in maart of april. Daardoor kunnen de bloemen en jonge vruchtbeginsels schade oplopen bij late nachtvorst. Een warme, zonnige en beschutte plaats tegen een zuidgerichte muur of op een gunstig gelegen perceel geeft in België de beste kans op een regelmatige oogst.
Plant de boom in een goed doorlatende bodem die in de winter niet langdurig nat blijft. De hoogstamvorm heeft een kale stam van 2,20 m tot aan de kroon en vraagt voldoende ruimte. De hoge kroon maakt onderbeplanting of doorgang onder de boom mogelijk, maar bemoeilijkt het plukken en snoeien.
Snoei abrikozen bij voorkeur beperkt en tijdens droog zomerweer, bijvoorbeeld na de oogst. Vermijd zware wintersnoei en verwijder vooral dood, beschadigd of kruisend hout.