- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- VINCA MAJOR 'VARIEGATA'
- Bodembedekkers
Grote maagdenpalm (Vinca major 'Variegata') onderscheidt zich door zijn glanzende groene bladeren met een brede, onregelmatige roomwitte rand. De plant groeit met lange, kruipende stengels die op de grond kunnen wortelen. Daardoor ontstaat geleidelijk een gesloten begroeiing, maar kunnen de scheuten ook buiten het voorziene plantvak groeien.
De violetblauwe bloemen verschijnen voornamelijk in het voorjaar. Ze vormen een aanvulling op het bonte blad, dat de belangrijkste sierwaarde van deze cultivar bepaalt. In zachte winters blijft veel blad behouden. Strenge vorst en koude, uitdrogende wind kunnen bladschade veroorzaken, waarna de plant doorgaans opnieuw uitloopt.
Standplaats en bodem
Deze cultivar groeit goed in halfschaduw en schaduw. Een plaats met zachte ochtend- of avondzon is eveneens mogelijk, maar felle zon in combinatie met droge grond kan het blad beschadigen. Een humusrijke, vochthoudende maar goed doorlatende bodem geeft de meest gelijkmatige groei. Blijvend natte grond wordt minder goed verdragen.
Vinca major 'Variegata' is bruikbaar onder heesters, langs bosranden en op schaduwrijke taluds. Controleer geregeld of uitlopers niet tussen tragere planten of over padranden groeien. Te lange scheuten kunnen na de winter worden teruggeknipt.
| Standort | Halbschatten, Schatten |
| Blütezeit | April, Mai, Juni |
| Wuchsgeschwindigkeit | Schnell, Mittel |
| Eigenschaft | Kriechender Bodendecker, Duftende Blätter oder Nadeln |
| Geeignet für | Dachgarten |
| Immergrün | Ja |
| Blütenfarbe | Blau |
| Geeignet als | Bodendecker |
Niet onder alle omstandigheden. Tijdens zachte Belgische winters blijft een groot deel van het bonte blad doorgaans aanwezig. Bij strenge vorst, koude oostenwind of een erg open standplaats kunnen bladeren bruin worden of afvallen. Dit betekent niet noodzakelijk dat de plant verloren is: goed ingewortelde exemplaren lopen meestal opnieuw uit. Beschutting onder heesters of langs een muur beperkt de schade. Beschadigde scheuten kunnen in het voorjaar worden teruggeknipt zodra duidelijk is waar nieuwe groei verschijnt.
Ja. De lange stengels groeien over de bodem en kunnen wortelen waar ze de grond raken. Dat is nuttig wanneer snel een gesloten begroeiing gewenst is, maar vraagt controle in een gemengde border. Vooral kleine of traag groeiende planten kunnen tussen de uitlopers verdwijnen. Knip scheuten die buiten het plantvak groeien tijdig terug en verwijder gewortelde delen indien nodig. Langs paden of gazonranden helpt een duidelijke begrenzing om de groei beheersbaar te houden.
Bonte cultivars kunnen af en toe scheuten vormen zonder roomwitte bladrand. Deze volledig groene scheuten bevatten meer bladgroen en kunnen daardoor krachtiger groeien dan de bonte delen. Verwijder ze zo dicht mogelijk bij hun oorsprong zodra ze worden opgemerkt. Alleen de uiteinden afknippen is minder doeltreffend, omdat dezelfde scheut opnieuw groen kan uitlopen. Door zulke teruglopende scheuten consequent weg te nemen, blijft de kenmerkende bonte bladtekening behouden.
Een standplaats met enkele uren zon is mogelijk wanneer de bodem voldoende vochthoudend blijft. Felle middagzon op droge grond is minder geschikt: de lichte bladranden kunnen dan verschroeien en de groei wordt minder gelijkmatig. Halfschaduw geeft doorgaans de beste combinatie van bladtekening en groeikracht. In diepe schaduw blijft de plant bruikbaar als bodembedekker, maar kan de bladtekening minder contrastrijk worden en verloopt de groei meestal trager.
Ja, de lange scheuten kunnen over de rand van een ruime pot of plantenbak hangen. Gebruik een pot met voldoende afwateringsgaten en een humusrijk, doorlatend substraat. Potplanten drogen sneller uit dan exemplaren in volle grond en vragen daarom tijdens warme periodes regelmatiger water. Laat de wortelkluit niet langdurig in water staan. In een pot zijn de wortels bovendien gevoeliger voor strenge vorst; plaats de bak tijdens koude perioden beschut en vermijd een natte kluit.