- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- ULMUS MINOR SUBEROSA
- Loofbomen
De kurkiep (Ulmus minor var. suberosa) onderscheidt zich door de sterk ontwikkelde kurklijsten op de takken. Die geven vooral in de winter een karakteristiek, ruw silhouet. De plant groeit traag en vormt doorgaans een losse, enigszins grillige grote struik of kleine boom van ongeveer 6 tot 7 meter hoog.
Het langwerpige, gezaagde blad is groen en verkleurt in de herfst voornamelijk geel. In maart en april verschijnen kleine, groenachtige bloemen. Ze vallen weinig op en worden gevolgd door de typische platte, gevleugelde vruchten van een iep.
Deze kurkiep groeit in de zon of halfschaduw en stelt weinig bijzondere eisen aan de bodem. Een normale, voldoende vruchtbare tuingrond is geschikt. Snoei is alleen nodig om ongewenste of kruisende takken te verwijderen; de natuurlijke, grillige vertakking bepaalt mee het karakter van de plant.
Ulmus minor var. suberosa heeft geen bewezen resistentie tegen de iepenziekte. Houd met dit risico rekening bij de keuze van een standplaats en vermijd zware snoei tijdens het groeiseizoen.
De kurklijsten ontwikkelen zich op de takken en worden duidelijker naarmate deze ouder en dikker worden. Bij jonge planten kan dit kenmerk nog beperkt zichtbaar zijn. De mate waarin het kurkweefsel zich ontwikkelt, kan bovendien per tak en per exemplaar verschillen. Vooral tijdens de winter, wanneer het blad is afgevallen, vallen de ruwe lijsten goed op.
Deze kurkiep groeit doorgaans uit tot een grote struik of kleine boom van ongeveer 6 tot 7 meter hoog. De groei verloopt vrij traag en de kroon ontwikkelt zich los en grillig. De uiteindelijke afmetingen hangen mede af van de bodem, standplaats en eventuele vormsnoei. Daardoor vraagt hij minder ruimte dan veel grote iepensoorten, maar blijft voldoende afstand tot gebouwen aangewezen.
Nee, voor deze selectie is geen betrouwbare resistentie tegen de iepenziekte aangetoond. De kurkiep behoort tot Ulmus minor, een soort die door deze schimmelziekte kan worden aangetast. Afstervende twijgen, plots verwelkende bladeren en bruine verkleuring in het hout kunnen op aantasting wijzen. Verdachte takken moeten tijdig en met proper gereedschap worden verwijderd.
Regelmatige snoei is niet nodig. Verwijder alleen dode, beschadigde, kruisende of ongewenst laag geplaatste takken. Beperkte vormsnoei gebeurt bij voorkeur tijdens de rustperiode. Door weinig te snoeien blijven de natuurlijke, grillige vertakking en de kurklijsten het best behouden. Vermijd onnodig grote snoeiwonden, omdat die de boom verzwakken en toegang kunnen geven aan aantastingen.
Ja, deze kurkiep groeit zowel in de zon als in halfschaduw. Op een lichte standplaats ontwikkelt de kroon zich doorgaans het meest evenwichtig. Hij verdraagt verschillende bodemtypes, maar groeit het best in een normale, voldoende vruchtbare grond. Geef jonge planten tijdens langdurige droge perioden water, zodat het wortelgestel zich goed kan ontwikkelen.