- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- TILIA PLATYPHYLLOS
- Loofbomen
Grootbladige, inheemse lindeboom
De zomerlinde (Tilia platyphyllos) groeit uit tot een forse boom met een aanvankelijk kegelvormige en later brede kroon. De grote, hartvormige bladeren zijn groen en voelen aan de onderzijde zacht behaard. In de herfst verkleurt het blad geel voordat het afvalt.
De geurende, geelwitte bloemen verschijnen doorgaans in juni en juli. Ze produceren veel nectar en stuifmeel en worden druk bezocht door bijen en andere bestuivende insecten. De zomerlinde bloeit gewoonlijk iets vroeger dan de winterlinde.
Standplaats en toepassing
Deze linde groeit het best in de zon of halfschaduw, op een voedselrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt maar goed afwatert. Leem- en kleigronden zijn doorgaans geschikt. Langdurig droge en arme grond wordt minder goed verdragen dan een frisse bodem.
Door zijn krachtige groei en brede kroon past Tilia platyphyllos vooral in parken, ruime tuinen, dreven en landschappelijke beplantingen. De boom is goed winterhard in België en verdraagt wind. Houd bij de aanplant voldoende afstand tot gebouwen en andere grote bomen, zodat de kroon zich zonder zware correctiesnoei kan ontwikkelen.
| Geeignet für | Solitärbaum oder -pflanze, Hochstamm |
| Standort | Sonne, Halbschatten, Schatten |
| Wuchsgeschwindigkeit | Schnell, Mittel |
| Eigenschaft | Duftend, Windverträglich, Bienenweide |
| Blütezeit | Juni |
| Blütenfarbe | Gelb |
Meestal niet. De zomerlinde wordt een forse boom met een brede kroon en heeft zowel boven als onder de grond veel ruimte nodig. Hij past beter in een ruime tuin, park, dreef of landschappelijke beplanting. In een beperkte tuin zou regelmatig ingrijpen nodig zijn om de kroon binnen de beschikbare ruimte te houden. Dat gaat ten koste van de natuurlijke vorm en verhoogt het onderhoud. Kies voor kleine tuinen daarom liever een compact blijvende boomsoort of een kleinere lindecultivar.
De zomerlinde heeft doorgaans grotere bladeren dan de winterlinde en is aan jonge twijgen en bladonderzijden duidelijker behaard. Ook bloeit hij gewoonlijk iets vroeger. De winterlinde heeft kleinere bladeren en verdraagt drogere omstandigheden doorgaans beter. Beide soorten worden grote bomen en leveren nectar en stuifmeel voor insecten. Voor een voedselrijke, vochthoudende bodem is de zomerlinde passend; op een standplaats die geregeld uitdroogt, ligt de winterlinde vaak meer voor de hand.
Droge, voedselarme zandgrond is niet de voorkeursbodem van Tilia platyphyllos. De boom groeit het best in een diepe, voedselrijke grond die voldoende vocht vasthoudt zonder langdurig nat te blijven. Op zandgrond is een ruime plantplaats met organisch materiaal nuttig, evenals water geven tijdens droge perioden in de eerste jaren. Eenmaal goed ingeworteld kan de boom tijdelijke droogte opvangen, maar op structureel droge grond blijft de groei meestal achter.
Een vrij uitgroeiende zomerlinde vraagt weinig snoei wanneer hij vanaf het begin voldoende ruimte krijgt. Bij jonge bomen kan begeleidingssnoei nodig zijn om een evenwichtige kroon en een duidelijke doorgaande stam te vormen. Later worden vooral dode, beschadigde of slecht geplaatste takken verwijderd. Vermijd zonder duidelijke reden zware snoei in de volwassen kroon. Regelmatig terugzetten is alleen aangewezen bij bomen die bewust als gesnoeide vorm worden onderhouden.
De geurende bloemen van de zomerlinde produceren nectar en stuifmeel in de vroege zomer. Tijdens de bloei worden ze bezocht door honingbijen, hommels en andere insecten. Omdat een volwassen boom een grote hoeveelheid bloemen draagt, kan hij plaatselijk een aanzienlijke voedselbron vormen. De ecologische waarde is het grootst wanneer de boom voldoende ruimte en een passende bodem krijgt, zodat hij gezond kan uitgroeien en rijk kan bloeien.