- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- TETRADIUM DANIELLII HOCHSTAM
- Loofbomen
De bijenboom (Tetradium daniellii) onderscheidt zich door zijn late zomerbloei. In juli en augustus verschijnen losse pluimen met kleine, roomwitte bloemen. Ze trekken veel bijen en andere bloembezoekende insecten aan op een moment dat het bloemenaanbod bij bomen beperkter is.
Deze hoogstam heeft een kale stam van ongeveer 2,20 m, met daarboven een breed uitgroeiende kroon. Een volwassen exemplaar kan ongeveer 8 tot 10 m hoog en nagenoeg even breed worden. Geef de boom daarom voldoende ruimte om zijn kroon vrij te ontwikkelen. De samengestelde bladeren zijn frisgroen en vallen in het najaar af.
Standplaats en bodem
Tetradium daniellii groeit het best in de zon tot halfschaduw. Een warme, enigszins beschutte plaats bevordert de ontwikkeling van de kroon en de bloei. De bodem mag voedzaam en vochthoudend zijn, maar moet overtollig water voldoende afvoeren. Langdurig natte, sterk verdichte grond is minder geschikt.
Door zijn brede kroon past deze hoogstam vooral als solitaire boom in een ruime tuin, park of groenaanleg. Beperk snoei tot het begeleiden van de kroon en het verwijderen van dode, beschadigde of slecht geplaatste takken.
| Geeignet für | Dachgarten, Solitärbaum oder -pflanze, Mehrstämmig, Hochstamm |
| Standort | Sonne, Halbschatten |
| Eigenschaft | Duftend, Später Austrieb, Bienenweide |
| Blütezeit | Juni |
| Blütenfarbe | Weiß |
| Wuchsgeschwindigkeit | Schnell |
| Form | Unregelmäßiger Wuchs |
Een volwassen bijenboom wordt doorgaans ongeveer 8 tot 10 m hoog en ontwikkelt een brede kroon die nagenoeg evenveel ruimte kan innemen. De hoogstamvorm heeft een kale stam van ongeveer 2,20 m, waarboven de kroon begint. Voorzie daarom voldoende afstand tot gevels, perceelsgrenzen en andere grote bomen. In een kleine tuin kan de uiteindelijke kroonbreedte een beperking vormen. De precieze afmetingen hangen mede af van de bodem, de beschikbare wortelruimte en de standplaats.
De kleine, roomwitte bloemen staan samen in losse pluimen en worden druk bezocht door bijen en andere bloembezoekende insecten. De bloei valt doorgaans in juli en augustus, wanneer minder bomen in bloei staan dan tijdens het voorjaar. Daardoor vormt Tetradium daniellii een interessante aanvulling op vroegbloeiende bomen en struiken. De hoeveelheid insectenbezoek hangt mee af van het weer: op warme, droge en windstille dagen is de activiteit meestal het grootst.
Plant Tetradium daniellii bij voorkeur in de zon of lichte halfschaduw. Een warme plaats met enige beschutting tegen harde wind ondersteunt een gelijkmatige kroonontwikkeling en een goede bloei. De grond moet voldoende diep, voedzaam en doorlatend zijn. Een vochthoudende bodem is geschikt zolang er geen langdurige waterverzadiging optreedt. Vermijd sterk verdichte grond en voorzie bij aanplant voldoende open bodem rond de stam, zodat water en lucht het wortelgestel kunnen bereiken.
Een goed ingewortelde Tetradium daniellii is doorgaans voldoende winterhard voor het Belgische klimaat. Jonge bomen zijn kwetsbaarder wanneer ze op een koude, open of langdurig natte plaats staan. Een warme, beschutte standplaats en een goed doorlatende bodem verkleinen het risico op vorst- en wortelschade. Bescherm de wortelzone tijdens de eerste winters eventueel met een laag organisch materiaal, maar houd die laag vrij van de stamvoet om vochtproblemen aan de schors te voorkomen.
Een bijenboom vraagt geen jaarlijkse zware snoei. Begeleid bij jonge bomen de kroon door dode, beschadigde, kruisende of ongunstig geplaatste takken te verwijderen. Laat de natuurlijke, brede kroonvorm verder zoveel mogelijk intact. Grote snoeiwonden worden beter vermeden, omdat ze trager sluiten en de boom onnodig belasten. Controleer daarnaast of er scheuten op de stam ontstaan en verwijder die tijdig. Voor structurele snoei aan grotere takken is vakkennis aangewezen.