- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- STEWARTIA PSEUDOCAMELLIA
- Loofbomen
Schijncamellia (Stewartia pseudocamellia) groeit uit tot een middelgrote, bladverliezende boom van doorgaans 8 tot 12 meter hoog. De aanvankelijk breed piramidale kroon wordt op latere leeftijd ronder en losser van vorm. Door de gematigde groei duurt het verscheidene jaren voordat de boom zijn uiteindelijke omvang bereikt.
De alleenstaande, witte bloemen verschijnen in juli en kunnen tot in augustus aanhouden. Ze zijn ongeveer 5 tot 6 cm groot en hebben een opvallende krans van gele meeldraden. Deze late bloeiperiode onderscheidt de schijncamellia van veel andere sierbomen.
Ook buiten de bloei heeft de boom duidelijke sierwaarde. De dunne schors schilfert in kleine vlakken af en vormt een patroon van grijze, kaneelbruine en oranjebruine tinten. Het donkergroene blad verkleurt in de herfst geel, oranje en rood tot roodpaars. Na de bladval komt de gevlekte stam sterker naar voren.
Stewartia pseudocamellia groeit het best in de zon of halfschaduw, op een humusrijke, lichtzure bodem die voldoende vochtig blijft maar goed afwatert. Een kalkrijke of langdurig natte grond is minder geschikt. Voorzie voldoende vrije wortelruimte en vermijd verharding vlak bij de stam.
De soort is goed winterhard in België, al kunnen jonge planten bij strenge vorst schade oplopen. Een enigszins beschutte standplaats is daarom aangewezen tijdens de eerste jaren. Door zijn uiteindelijke hoogte en uitgesproken schors komt de boom vooral tot zijn recht als solitaire boom in een middelgrote tot grote tuin.
De schijncamellia groeit gematigd, maar wordt uiteindelijk doorgaans 8 tot 12 meter hoog en ongeveer 4 tot 6 meter breed. Voor een kleine stadstuin is dat meestal te groot. In een middelgrote tuin kan de boom wel worden toegepast wanneer voldoende ruimte voor de kroon en wortels beschikbaar blijft. Houd bij de plaatskeuze rekening met de volwassen afmetingen en plant hem niet vlak bij een gevel of ondergrondse leidingen. Sterke snoei om de boom blijvend klein te houden past niet bij zijn natuurlijke groeiwijze.
Een uitgesproken kalkrijke bodem is niet geschikt. De schijncamellia verkiest een humusrijke, lichtzure grond die vochthoudend maar goed doorlatend is. Op grond met veel vrije kalk kan de opname van bepaalde voedingselementen worden bemoeilijkt, waardoor de groei en bladkwaliteit achteruitgaan. Verbeter een geschikte bodem met organisch materiaal en vermijd kalkrijke bodemverbeteraars. Is de tuingrond van nature sterk kalkhoudend, dan is het verstandiger een boomsoort te kiezen die kalk beter verdraagt.
De kenmerkende sierbast wordt duidelijker naarmate de boom ouder wordt. De dunne schors schilfert plaatselijk af, waardoor grijze, roodbruine, kaneelbruine en oranjebruine vlakken zichtbaar worden. Het effect valt het sterkst op in de winter, wanneer het blad is afgevallen en licht rechtstreeks op de stam en gesteltakken valt. Bij jonge planten is de schors doorgaans nog minder uitgesproken. Plant de boom daarom bij voorkeur op een plaats waar de stam ook vanuit de woning of een wandelpad zichtbaar blijft.
Regelmatige vormsnoei is doorgaans niet nodig. De schijncamellia ontwikkelt van nature een breed piramidale kroon die later losser en ovaler wordt. Beperk het snoeien tot het verwijderen van beschadigde, kruisende of verkeerd geplaatste takken. Begin indien nodig bij een jonge boom, zodat later geen zware takken verwijderd hoeven te worden. Houd bij de aanplant meteen voldoende ruimte vrij voor de volwassen kroon; daarmee blijft de natuurlijke vorm behouden en wordt ingrijpende correctiesnoei vermeden.
Volgroeide exemplaren zijn doorgaans goed winterhard in België, maar jonge planten kunnen tijdens strenge vorst schade oplopen. Kies voor de eerste jaren een standplaats die beschut ligt tegen koude, uitdrogende wind. Een laag organische mulch rond de wortelzone helpt sterke temperatuurschommelingen en uitdroging beperken, maar laat de stamvoet vrij. Vorstbescherming is vooral relevant kort na de aanplant en op open, koude locaties. Zodra de boom goed is ingeworteld, neemt zijn weerbaarheid doorgaans toe.