- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- SPOROBOLUS HETEROLEPIS
- Siergrassen
Fijn siergras met een luchtige nazomerbloei
Prairiedropzaad (Sporobolus heterolepis) is een traag groeiend siergras dat een dichte, boogvormige pol vormt. Het zeer fijne, groene blad blijft relatief laag, terwijl de losse bloempluimen in augustus en september duidelijk boven het loof uitsteken. Bij warm weer kunnen de bloemen een opvallende zoet-kruidige geur verspreiden.
In het najaar verkleurt het blad goudgeel tot koperoranje. De verdroogde halmen krijgen daarna een bronskleurige tint en behouden een groot deel van de winter hun structuur. Daardoor blijft het gras ook na de bloei zichtbaar in de border.
Standplaats en onderhoud
Sporobolus heterolepis groeit het best in de volle zon, op een goed doorlatende bodem. Eenmaal goed ingeworteld verdraagt de plant droge periodes behoorlijk. Langdurig natte grond, vooral tijdens de winter, is minder geschikt.
De soort breidt zich langzaam uit vanuit een pol en vormt geen sterk woekerende uitlopers. Ze komt goed tot haar recht in zonnige borders, prairietuinen en grotere groepen. Laat het afgestorven loof tijdens de winter staan en knip de pol tegen het einde van de winter terug voordat de nieuwe groei begint.
Ja. Een goed ingewortelde Sporobolus heterolepis verdraagt droge periodes behoorlijk, vooral op een zonnige standplaats. Tijdens het eerste groeiseizoen moet de wortelkluit echter voldoende vochtig blijven om een diep en krachtig wortelstelsel te ontwikkelen. Een goed doorlatende bodem is belangrijker dan een voedselrijke bodem. Langdurig natte grond, met name in de winter, kan de groei verzwakken en vergroot de kans op wortelproblemen.
Nee. Dit siergras groeit polvormig en maakt geen sterk uitbreidende ondergrondse uitlopers. De pol wordt langzaam breder, waardoor Sporobolus heterolepis goed combineerbaar blijft met vaste planten en andere siergrassen. Door de trage ontwikkeling kan een jonge plant aanvankelijk vrij bescheiden ogen. Geef hem voldoende ruimte en vermijd dat snelgroeiende buurplanten de pol tijdens de eerste jaren overgroeien.
Jonge planten hebben soms tijd nodig om zich te vestigen voordat ze volop bloeien. Ook een te schaduwrijke standplaats kan de vorming van bloempluimen beperken. Plant Sporobolus heterolepis bij voorkeur in de volle zon en vermijd een te rijke bemesting, die vooral bladgroei stimuleert. Op een open, warme plaats verschijnen de luchtige pluimen doorgaans in de nazomer.
Knip prairiedropzaad tegen het einde van de winter terug, voordat de nieuwe bladeren beginnen uit te lopen. Het verdroogde loof hoeft in het najaar niet verwijderd te worden: de bronskleurige halmen geven structuur tijdens de winter en beschermen het hart van de pol enigszins. Verwijder bij het terugknippen ook los en afgestorven plantenmateriaal, zonder de jonge scheuten te beschadigen.
De luchtige bloempluimen kunnen bij warm en droog weer een duidelijke zoet-kruidige geur verspreiden. De geursterkte hangt af van het weer, het bloeistadium en de afstand tot de plant. Langs een pad of terras valt dit kenmerk doorgaans sterker op dan achteraan in een brede border. De bloei vindt vooral plaats in augustus en september.