- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- SPOROBOLUS HETEROLEPIS 'CLOUD'
- Siergrassen
Fijn siergras met luchtige bloempluimen
Prairiedropzaad (Sporobolus heterolepis 'Cloud') vormt langzaam een dichte pol van smal, frisgroen en licht overhangend blad. De fijne bloempluimen staan los boven het loof en geven de plant een transparant karakter. De totale hoogte bedraagt doorgaans ongeveer 80 cm.
In de herfst verkleurt het blad naar warme koperrode tinten. Het afgestorven loof blijft tijdens de winter gedeeltelijk overeind en kan daarom tot het einde van de winter behouden blijven.
Standplaats en bodem
'Cloud' groeit het best in de volle zon, op een goed doorlatende bodem die matig droog tot normaal vochtig blijft. Een gevestigd exemplaar verdraagt tijdelijke droge perioden, maar langdurig natte grond is minder geschikt. De plant is goed winterhard in België.
Onderhoud en toepassing
Door de trage, polvormende groei blijft dit siergras overzichtelijk en breidt het zich niet snel uit. Het komt het best tot zijn recht in kleine groepen of tussen andere zonminnende vaste planten en siergrassen. Knip het oude loof aan het einde van de winter terug voordat de nieuwe groei begint.
'Cloud' groeit traag en vormt geleidelijk een compacte pol. Daardoor duurt het enkele jaren voordat de plant zijn volwassen breedte bereikt. Deze rustige ontwikkeling maakt hem geschikt voor beplantingen waarin snel uitbreidende siergrassen ongewenst zijn. Geef jonge planten voldoende ruimte en vermijd dat krachtige buurplanten de pol overgroeien voordat hij goed gevestigd is.
Ja, mits de bodem goed doorlatend is. Een goed ingewortelde plant verdraagt tijdelijke droge perioden, maar jonge exemplaren hebben tijdens langdurig droog weer extra water nodig. Op zeer droge zandgrond helpt een bodemverbetering met organisch materiaal om vocht beter vast te houden. Een voortdurend natte of slecht verluchte bodem is minder geschikt.
Nee. Dit siergras is bladverliezend en het loof sterft in het najaar af. De koperrode herfstverkleuring en de fijne, verdroogde halmen kunnen tijdens de winter nog structuur geven. Laat het oude loof daarom staan tot het einde van de winter. Het beschermt de pol enigszins en wordt verwijderd voordat de nieuwe scheuten verschijnen.
Knip de afgestorven bladeren en halmen aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar terug tot enkele centimeters boven de grond. Wacht niet te lang, want zodra de nieuwe scheuten verschijnen, zijn die moeilijk van het oude loof te scheiden. Snoei in het najaar is niet nodig en neemt het winterbeeld vroegtijdig weg.
De koperrode herfstkleur ontwikkelt zich doorgaans het duidelijkst op een open, zonnige standplaats. In te veel schaduw groeit de pol minder stevig en kan de verkleuring zwakker blijven. Ook een te voedselrijke of voortdurend natte bodem bevordert slappere groei. Kies daarom een zonnige plek met een matig voedselrijke, goed doorlatende bodem.